U kunt de Image-instelling van het onderdeelprofiel configureren om versie-informatie te beheren voor vSphere-machineonderdelen in de blueprint.

Over deze taak

Nadat u waardesets voor het Image-onderdeelprofiel hebt gedefinieerd, kunt u een of meer waardesets aan het onderdeelprofiel toevoegen voor een vSphere-machineonderdeel in een blueprint. Gebruikers kunnen vervolgens een Image-waardeset selecteren wanneer ze een catalogusitem opvragen.

Voorwaarden

Meld u aan bij de vRealize Automation-console als beheerder met de toegangsrechten voor tenantbeheerder en IaaS-beheerder.

Procedure

  1. Selecteer Beheer > Woordenboek voor eigenschappen > Onderdeelprofielen.

  2. Klik op Image in de kolom Naam.

    Er wordt informatie over de geboden eigenschap van het image-onderdeel weergegeven.

  3. Klik op het tabblad Waardesets.
  4. Als u een nieuwe waardeset wilt definiëren, klikt u op Nieuw en configureert u de Image-instellingen.
    1. Voer in het veld Weergavenaam een waarde in om aan het scheidingsteken ValueSet toe te voegen, bijvoorbeeld KloonA.
    2. Accepteer de standaardwaarde die wordt weergegeven in het tekstvak Naam, bijvoorbeeld Waardeset.KloonA, of voer een aangepaste naam in.
    3. Voer in het tekstvak Beschrijving een beschrijving in zoals Versie-instellingen voor kloonscenario A.
    4. Selecteer Actief of Inactief in het vervolgkeuzemenu Status.

      Selecteer Actief om de waardeset zichtbaar te maken in het aanvraagformulier voor catalogusinrichting.

    5. Selecteer de versie-actie die u voor deze waardeset wilt gebruiken, bijvoorbeeld Kloon.

      De beschikbare acties zijn Maken, Kloon, Gekoppelde kloon en NetApp FlexClone.

    6. Selecteer Server of Desktop als blueprinttype.
    7. Als u een actie voor een kloontype hebt opgegeven, selecteert u een sjabloon uit het vervolgkeuzemenu Klonen van.
    8. (Optioneel) : Voer het pad in naar een aanpassingsspecificatie voor een gast.
    9. Selecteer in het vervolgkeuzemenu met de beschikbare werkstromen een inrichtingswerkstroom.
  5. Klik op Opslaan.
  6. Klik op Voltooien wanneer u tevreden bent met uw instellingen.

Volgende stappen

Voeg een of meer waardesets toe aan het Image-onderdeelprofiel via het tabblad Profielen in een vSphere-machineonderdeel. Zie Een machineblueprint configureren en Instellingen voor vSphere-machineonderdelen.