Wanneer u een blueprint implementeert, gebruikt plaatsing van werkbelasting verzamelde gegevens om aan te bevelen waar u de blueprint moet implementeren op basis van de beschikbare bronnen. vRealize Automation en vRealize Operations Manager werken samen om aanbevelingen voor plaatsing te bieden voor werkbelasting in de implementatie van nieuwe blueprints.

Terwijl vRealize Automation het organisatiebeleid beheert, zoals bedrijfsgroepen, reserveringen en quota, integreert het met de capaciteitsanalyses van vRealize Operations Manager bij het plaatsen van machines. Plaatsing van werkbelasting is alleen beschikbaar voor vSphere- endpoints.

Gebruikte termen bij plaatsing van werkbelasting

Bij de plaatsing van werkbelasting worden verschillende termen gebruikt.

  • Clusters in vSphere zijn toegewezen aan computerbronnen in vRealize Automation.

  • Bij reserveringen horen berekenen en opslaan, waarbij de opslag kan bestaan uit individuele datastores of datastoreclusters. Een reservering kan meerdere datastores, datastoreclusters of beide bevatten.

  • Meerdere reserveringen kunnen naar dezelfde cluster verwijzen.

  • Virtueleal machines kunnen verplaatst worden naar meerdere clusters.

  • Wanneer plaatsing van werkbelasting is ingeschakeld, maakt de inrichtingswerkstroom gebruik van het plaatsingsbeleid om aanbevelingen te doen waar de blueprint moet worden geïmplementeerd.

Blueprints inrichten met plaatsing van werkbelasting

Wanneer u plaatsing van werkbelasting gebruikt om blueprints in te richten, gebruikt de inrichtingswerkstroom de reserveringen in vRealize Automation en de plaatsingsoptimalisatie uit vRealize Operations Manager.

  1. vRealize Automation verschaft de governanceregels om plaatsingsbestemmingen toe te staan.

  2. vRealize Operations Manager verschaft aanbevelingen voor plaatsingsoptimalisatie in overeenstemming met analysegegevens.

  3. vRealize Automation zet het inrichtingsproces voort in overstemming met de plaatsingsaanbevelingen van vRealize Operations Manager.

Als vRealize Operations Manager geen aanbeveling kan doen of als u de aanbeveling niet kunt gebruiken, valt vRealize Automation terug op de standaardlogica voor plaatsing.

Als een ontwikkelaar een catalogusitem selecteert en het formulier invult om het catalogusitem aan te vragen, houdt vRealize Automation rekening met de volgende overwegingen om de virtual machines in te richten.

Tabel 1. Overwegingen bij het inrichten van virtueleal machines

Overweging

Effect

Beleidsregels

Het reserveringsbeleid van vRealize Automation kan meer dan één reservering aangeven.

Reserveringen

vRealize Automation evalueert de aanvraag en bepaalt welke reserveringen kunnen voldoen aan de beperkingen die in de aanvraag zijn gemaakt.  

  • Als plaatsing is ingeschakeld en gebaseerd op vRealize Operations Manager-analysegegevens, geeft vRealize Automation de lijst met reserveringen door aan vRealize Operations Manager om te bepalen welke reservering het meest geschikt is voor plaatsing op basis van operationele metrieken.

  • Als plaatsing niet is gebaseerd op vRealize Operations Manager, bepaalt vRealize Automation de plaatsing op basis van prioriteiten en beschikbaarheid.

De reserveringen worden bijgewerkt om bij te houden dat bronnen zijn verbruikt.

Als vRealize Operations Manager een cluster of datastore aanbeveelt die volgens vRealize Automation niet voldoende capaciteit heeft of niet van toepassing is, registreert vRealize Automation de uitzondering. vRealize Automation staat toe dat het inrichten worden verdergezet volgens de standaardplaatsingsmechanismen.

Om bronnen te identificeren voor een virtueleal machine, biedt vRealize Automation een lijst met kandidaatreserveringen. De kandidaten in de lijst kunnen een cluster en één of meer datastores of datastoreclusters bevatten. vRealize Operations Manager gebruikt de kandidaatreserveringen om een lijst te maken van doelkandidaten en om het beste doel vast te stellen.

Met het beleid in vRealize Operations Manager wordt het niveau van evenwicht, gebruik en bufferruimte voor de cluster ingesteld. Voor elke reservering, die een cluster of datastorecluster is, valideert vRealize Automation of de aanbeveling haalbaar is voor het plaatsingsdoel.

  • Als de bestemming haalbaar is, plaatst vRealize Automation de blueprint volgens de aanbeveling.

  • Als de bestemming niet haalbaar is, gebruikt vRealize Automation het standaard-plaatsingsgedrag om de virtueleal machines te plaatsen.

Bij plaatsingsoverwegingen moet ook rekening worden gehouden met status- en gebruiksproblemen. Terwijl de cloudbeheerder en de beheerder van de virtuele infrastructuur de infrastructuur beheren, dragen ontwikkelaars de zorg voor de status van hun toepassingen. Om ontwikkelaars te ondersteunen moet in de plaatsingsstrategie van de werkbelasting rekening worden gehouden met status- en gebruiksproblemen.

Tabel 2. Overwegingen voor status- en gebruiksproblemen

Probleem met werkbelasting

Plaatsingsoplossing

Ontwikkelaar constateert een statusprobleem in de omgeving.

vRealize Automation richt blueprints in clusters in die problemen hebben of die te veel worden gebruikt vanwege een grote werkbelasting. vRealize Automation moet integreren met de capaciteitsanalyse in vRealize Operations Manager om ervoor te zorgen dat blueprints worden ingericht in clusters die voldoende capaciteit hebben.

Ontwikkelaar constateert een gebruiksprobleem.

De clusters in de omgeving worden te weinig gebruikt. vRealize Automation moet integreren met de capaciteitsanalyse die vRealize Operations Manager verschaft om ervoor te zorgen dat blueprints worden ingericht in een cluster waarin het gebruik is geoptimaliseerd.

Gebruikers die blueprints inrichten

De volgende gebruikers voeren acties uit om blueprints in te richten.

Tabel 3. Gebruikers en rollen bij het inrichten van blueprints

Stap

Gebruiker

Actie

Vereiste rol

1

Cloudbeheerder of VI-beheerder (Virtual Infrastructure)

Zorgt ervoor dat de initiële plaatsing van virtual machines conform het organisatorische beleid is en dat de virtual machines worden geoptimaliseerd in overeenstemming met de operationele analysegegevens.

IaaS-beheerdersrol

1

Materiaalbeheerder

Definieert reserveringen, reserveringsbeleid en plaatsingsbeleid in vRealize Automation.

Materiaalbeheerdersrol, Infrastructuurarchitect

1

IaaS-beheerder

Definieert de endpoints voor vSphere en vRealize Operations Manager, die noodzakelijk zijn voor plaatsing van werklasten.

IaaS-beheerdersrol

2

Infrastructuurarchitect

Werkt als blueprintarchitect direct met onderdeeltypen voor virtual machines en wijst reserveringsbeleid toe aan virtual machines wanneer een blueprint wordt ontworpen. Bepaalt het reserveringsbeleid als eigenschap van het machineonderdeel in de blueprint.

Infrastructuurarchitect

3

Infrastructuurarchitect, Toepassingsarchitect, Softwarearchitect en XaaS-architect

Maakt en publiceert de blueprint om de virtual machines in te richten. Alleen de Infrastructuurarchitect werkt rechtstreeks met machineonderdelen. De overige architectrollen kunnen infrastructuurblueprints hergebruiken bij nesten, maar ze kunnen de instellingen voor machineonderdelen niet bewerken.

De blueprint kan één onderdeel bevatten of kan geneste blueprints, XaaS-onderdelen, meerdere virtueleal machines in een toepassing van meerdere lagen, enzovoort bevatten.

vRealize Automation plaatst de virtual machines volgens de configuratie van de reserveringen en voegt optioneel het reserveringsbeleid toe op het niveau van het machineonderdeel voor de blueprint. Als uw blueprint bijvoorbeeld twee machines bevat, kan op elke machine een ander beleid worden toegepast.

vRealize Automation optimaliseert ook de virtueleal machines in overeenstemming met de operationele analysegegevens die vRealize Operations Manager verschaft.

Infrastructuurarchitect

4

Cloudbeheerder of VI-beheerder

Selecteert het beleid op basis waarvan de initiële plaatsing wordt bepaald van de virtueleal machines die vRealize Automation inricht.

De beheerder kan:

  • Het beleid selecteren door een API te gebruiken.

  • Het standaard-plaatsingsbeleid gebruiken waarin elke server in vRealize Automation beurtelings wordt gebruikt om de werkbelasting te verdelen. Voor deze methode is geen invoer van vRealize Operations Manager vereist.

IaaS-beheedersrol, Infrastructuurarchitect

5

VI-beheerder

Maakt het aangepaste datacenter en de aangepaste groepen in vRealize Operations Manager. Vervolgens past de VI-beheerder het beleid toe op basis waarvan de werkbelasting van deze aangepaste datacenters wordt geconsolideerd en verdeeld.

IaaS-beheedersrol, Infrastructuurarchitect

6

Materiaalbeheerder

Selecteert het plaatsingsbeleid in vRealize Automation.

Het plaatsingsbeleid voor werkbelasting gebruiken om vRealize Automation de plaats van machines te laten bepalen wanneer u nieuwe blueprints implementeert. Het plaatsingsbeleid vereist gegevens uit vRealize Operations Manager.

Materiaalbeheerderrol

7

Ontwikkelaar

Vraagt een blueprint aan om virtueleal machines in te richten.

De blueprint kan bestaan uit meerdere machines om een toepassing met drie lagen uit te voeren.

8

Ontwikkelaar

Als de ontwikkelaar de blueprint implementeert, zoekt vRealize Operations Manager naar een plaatsingsbeleid dat past bij de relevante clusters voor de aanvraag.

Zie Plaatsingsbeleid voor meer informatie over het plaatsingsbeleid.

Zie Werklastplaatsing configureren om de plaatsing van werkbelasting te configureren.