U levert Software-onderdelen door ze boven op ondersteunde machineonderdelen te plaatsen wanneer u blueprints verzamelt.

Om Software-onderdelen te ondersteunen moet de machineblueprint die u selecteert een machineonderdeel bevatten dat gebaseerd is op een sjabloon, een momentopname of een installatiekopie van een Amazon-machine waarin zich de gastagent en de Software-bootstrapagent bevinden, en moet deze een ondersteunde inrichtingsmethode gebruiken.

Omdat de Software-agents geen Internet Protocol versie 6 (IPv6) ondersteunen, dient u de IPv4-instellingen te gebruiken.

Als u blueprints ontwerpt die schaalbaar moeten zijn, doet u er verstandig aan om enkellaagse blueprints te maken die geen andere blueprints hergebruiken. Gewoonlijk worden de bijwerkingsprocessen die tijdens schalingsbewerkingen worden gebruikt, geactiveerd door impliciete afhankelijkheden zoals eigenschapsbindingen. Impliciete afhankelijkheden in een geneste blueprint activeren echter niet altijd updateprocedures.

Hoewel IaaS-architecten, toepassingsarchitecten en softwarearchitecten allemaal blueprints kunnen verzamelen, kunnen alleen IaaS-architecten machineonderdelen configureren. Als u geen IaaS-architect bent, kunt u niet uw eigen machineonderdelen configureren, maar u kunt wel de machineblueprints hergebruiken die uw IaaS-architect heeft gemaakt en gepubliceerd.

Om softwareonderdelen met succes aan het ontwerpcanvas toe te voegen, moet u ook toegang als bedrijfsgroepslid, bedrijfsgroepbeheerder of tenantbeheerder tot de doelcatalogus hebben.

Als u geneste blueprints in een schaalbare blueprint moet gebruiken, kunt u handmatig afhankelijkheden tekenen tussen onderdelen in uw geneste blueprint om expliciete afhankelijkheden te maken die altijd een update activeren.

Tabel 1. Inrichtingsmethoden die Software ondersteunen

Machinetype

Inrichtingsmethode

vSphere

Klonen

vSphere

Gekoppelde kloon

vCloud Director

Klonen

vCloud Air

Klonen

Amazon AWS

Installatiekopie van Amazon-machine