vRealize Automation bevat aangepaste eigenschappen die u kunt gebruiken om aanvullende besturingselementen te leveren voor SCCM-blueprints.

Bepaalde aangepaste eigenschappen zijn vereist voor gebruik met SCCM-blueprints.

Tabel 1. Vereiste aangepaste eigenschappen voor SCCM-blueprints

Aangepaste eigenschap

Beschrijving

Image.ISO.Location

Waarden voor deze eigenschap zijn hoofdlettergevoelig. Geeft de locatie op van de ISO-installatiekopie waarvan moet worden opgestart, bijvoorbeeld http://192.168.2.100/site2/winpe.iso. De indeling van deze waarde is afhankelijk van uw platform. Zie voor meer informatie de documentatie die bij uw platform is geleverd. Deze eigenschap is vereist voor WIM-gebaseerde inrichting, Linux Kickstart- en autoYaST-inrichting en SCCM-gebaseerde inrichting.

Image.ISO.Name

Waarden voor deze eigenschap zijn hoofdlettergevoelig. Geeft de locatie op van de ISO-installatiekopie waarvan moet worden opgestart, bijvoorbeeld /ISO/Microsoft/WinPE.iso. De indeling van deze waarde is afhankelijk van uw platform. Zie voor meer informatie de documentatie die bij uw platform is geleverd. Deze eigenschap is vereist voor WIM-gebaseerde inrichting, Linux Kickstart- en autoYaST-inrichting en SCCM-gebaseerde inrichting.

Image.ISO.UserName

Geeft de gebruikersnaam op voor toegang tot de CIFS-share in de indeling username@domain. Voor Dell iDRAC-integraties waarbij de installatiekopie zich op een CIFS-share bevindt die toegangsverificatie vereist.

Image.ISO.Password

Geeft het wachtwoord op dat gekoppeld is aan de eigenschap Image.ISO.UserName. Voor Dell iDRAC-integraties waarbij de installatiekopie zich op een CIFS-share bevindt die toegangsverificatie vereist.

SCCM.Collection.Name

Geeft de naam op van de SCCM-verzameling die de volgorde van implementatietaken voor het besturingssysteem bevat.

SCCM.Server.Name

Geeft de volledig gekwalificeerde domeinnaam van de SCCM-server op waarop de verzameling zich bevindt, bijvoorbeeld lab-sccm.lab.local.

SCCM.Server.SiteCode

Geeft de sitecode van de SCCM-server op.

SCCM.Server.UserName

Geeft een gebruikersnaam op met toegang op beheerdersniveau tot de SCCM-server.

SCCM.Server.Password

Geeft het wachtwoord op dat gekoppeld is aan de eigenschap SCCM.Server.UserName.

Bepaalde aangepaste eigenschappen worden het vaakst gebruikt met SCCM-blueprints.

Tabel 2. Algemene aangepaste eigenschappen voor SCCM-blueprints

Aangepaste eigenschap

Beschrijving

SCCM.CustomVariable.Name

Geeft de waarde op van een aangepaste variabele, waarbij Name de naam is van elke aangepaste variabele die beschikbaar wordt gemaakt voor de SCCM-takenreeks nadat de ingerichte machine geregistreerd is met de SCCM-verzameling. De waarde wordt bepaald door uw keuze voor een aangepaste variabele. Als uw integratie dit vereist, kunt u SCCM.RemoveCustomVariablePrefix gebruiken om het voorvoegsel SCCM.CustomVariable. te verwijderen uit uw aangepaste variabele.

SCCM.RemoveCustomVariablePrefix

Stel dit in op true om het voorvoegsel SCCM.CustomVariable. te verwijderen uit aangepaste SCCM-variabelen die u hebt gemaakt met behulp van de aangepaste eigenschap SCCM.CustomVariable.Name.