Versie-informatie voor vRealize Automation 7.3 

|

Bijgewerkt op: 15 maart 2018

vRealize Automation | 25 mei 2017 | Versie 5610496 

Controleer regelmatig op aanvullingen en updates voor deze versie-informatie. 

Inhoud van de versie-informatie

In deze versie-informatie komen de volgende onderwerpen aan bod:

Nieuw

vRealize Automation versie 7.3 bevat oplossingen voor problemen en ook de volgende nieuwe mogelijkheden.

Blueprints met parameters om de herbruikbaarheid te verbeteren en het ongewenst uitbreiden van blueprints te voorkomen

  • Geïntroduceerde onderdeelprofielen voor het definiëren van zowel grootte- als imagekenmerken zodat 't-shirtgrootte' mogelijk is als aanvraagitem
    • Onderdeelprofielen opgegeven voor image en grootte van virtual machines inclusief CPU, geheugen en opslaggrootte
  • Blueprints efficiënt beheren door buiten beschouwing gelaten onderdeelprofielen te gebruiken
  • Herbruikbaarheid verbeteren terwijl het ongewenst uitbreiden van blueprints aanzienlijk wordt beperkt
  • Goedkeuringsbeleid voor grootte- of imagevoorwaarden activeren
  • Onderdeelprofielen importeren of exporteren met vRealize CloudClient
  • Automatisch profielwaarden van onderdelen vervangen

Zie Toewijzen van parameters op blueprints leren kennen en gebruiken voor meer informatie.

Op beleid gebaseerde optimalisatie van plaatsing virtual machines

  • Vereist vRealize Operations Manager 6.6, dat spoedig zal worden uitgebracht
  • Maximaliseer de investering in uw infrastructuur door plaatsing te optimaliseren
  • Combineer governance van vRealize Automation met op prestaties gebaseerd inzicht om de plaatsing te optimaliseren
  • Plaats virtual machines op basis van prestatiedoelen met gebruik van verschillende algoritmen
    • Evenwicht voor maximale ruimte in geval van pieken
    • Consolideren om ruimte open te laten voor grote werklasten

Zie De plaatsing van werklasten voor meer informatie.

Beter beheer van met NSX ingerichte load balancers

Zie Een NSX beveiligingsbeleid voor app-isolatie op een blueprint toepassen voor meer informatie.

Verbeterde doorstuurregels voor NAT-poorten

  • NAT op aanvraag via NSX
  • Doorstuurregels voor poorten kunnen in de ontwerpfase worden geconfigureerd
  • Regels kunnen worden ingedeeld
  • Regels kunnen worden toegevoegd, verwijderd en opnieuw worden ingedeeld nadat u deze hebt gemaakt

Zie Het onderdeel NAT op aanvraag of geleid netwerk op aanvraag toevoegen voor meer informatie.

NSX-beveiligingsgroep en beheer van tags

  • Bestaande NSX-beveiligingsgroepen of tags kunnen aan een actieve toepassing worden toegevoegd
  • NSX-beveiligingsgroepen en tags kunnen van toepassingen worden ontkoppeld

Zie Beveiligingsitems in een implementatie toevoegen of verwijderen voor meer informatie.

Hoge beschikbaarheid geautomatiseerd voor NSX Edge-services

  • De hogebeschikbaarheidsmodus van Edge in de blueprint biedt hoge beschikbaarheid voor alle Edge-services in een toepassing wanneer deze wordt geïmplementeerd
  • Per blueprint te configureren op basis van de beschikbaarheidsbehoeften van de toepassing
  • Gebruik aangepaste eigenschappen om hoge beschikbaarheid te bepalen tijdens de aanvraag
  • Voegt hoge beschikbaarheid toe aan load balancing, NAT, firewall enzovoort

Zie Aangepaste eigenschappen voor netwerken voor meer informatie.

Grootteselectie NSX Edge

  • Kan implementatiegrootte opgeven voor de NSX Edge Services Gateway (ESG)
  • Per blueprint configureerbaar op basis van de behoeften van de toepassing of de schaal
  • Gebruikt aangepaste eigenschappen voor selectie van de grootte bij aanvragen

Zie Aangepaste eigenschappen voor netwerken voor meer informatie.

Framework voor configuratie-automatisering - integratie van Puppet

  • Configuratiebeheer als hoofdgebruiker
    • Invoegtoepassing onzichtbaar maken voor klanten en acties inschakelen in het ontwerpcanvas van de blueprint
    • Mogelijkheid om knooppunten voor het configuratiebeheer te slepen en neer te zetten en om dynamisch rollen toe te wijzen in het ontwerpcanvas
  • Eerste implementatie met Puppet
    • Puppet Master als endpoint registreren
    • Puppet-knooppunt slepen en neerzetten
    • Dynamisch zoeken in Puppet Master, omgeving en rollen
  • Ondersteuning van opties voor vroegtijdige en late binding
  • Ondersteuning van acties na inrichting, zoals registratie ongedaan maken en verwijderen

Zie Voor Puppet geschikte vSphere-blueprints maken voor meer informatie.

Verbeteringen in installatie, upgrade, migratie

  • Nieuwe APII-extensies voor installatie
    • Maken van eerste inhoud activeren
    • Maken van automatisch ondertekende certificaten aanroepen
    • Vervanging van certificaten in vRealize Automation, IaaS-web en IaaS Microsoft SQL
  • API-extensies bij nieuwe upgrade
    • Lijst van alle beschikbare versies voor upgrade
    • Weergave downloadstatus van upgradepakketten
    • Voorafgaand aan upgrade geselecteerde versie controleren
    • Geschatte upgradetijd weergeven
    • Statusvoortgang upgrade weergeven
  • Migratie
    • Automatische migratie van vRealize Automation 7.x naar 7.3
    • Aanvraag voor certificaatondertekening (CSR) genereren in installatiewizard

Verbeteringen in REST API

  • Op toepassingsvoorbeelden gebaseerde REST API-voorbeelden die Postman gebruiken voor veel gangbare vRealize Automation-toepassingsvoorbeelden, zijn nu beschikbaar op GitHub
  • Er is nieuwe en verbeterde documentatie voor Swagger beschikbaar voor alle vRealize Automation REST API's op code.vmware.com
  • De verbeterde vRealize Automation Programming Guide biedt informatie over de vRealize Automation REST API's die gebruiksvriendelijker is en waarin u makkelijker kunt navigeren

Verbeteringen in hoge beschikbaarheid

  • Automatische failover van PostgreSQL-database
  • Automatische failover van IaaS Manager Service
  • Verbeterd herstel met RabbitMQ
  • Ondersteuning voor twee NIC's in de vRealize Automation-toepassing en IaaS virtual machines

Verbeterde integratie vRealize Business for Cloud - Cloud Management Platform

  • Consistente terminologie in vRealize Automation en vRealize Business for Cloud
  • Geen afgeleide kosten in vRealize Automation - vRealize Business for Cloud is de enige bron voor alle prijsstellingsgegevens
  • Nauwkeurige prijsstelling voor machines met fouttolerantie en Azure-blueprints
  • Prijzen bijgewerkt na deze acties na de inrichting:
    • Herconfigureren van machine
    • Opschalen of neerschalen
    • Machine importeren

Zie Prijsinformatie over upgrades en blueprints voor meer informatie.

Controlelogboekregistratie

  • Objecttypen framework controlelogboekregistratie:
    • Werkstroomabonnement
    • Materiaalgroepen
    • Endpoints (infrastructuur)
  • Controlelogboeken verzenden naar vRealize Log Insight of syslog-server via Log Insight-agent
  • Configureerbare bewaarperiode

Zie Logboekregistratie in vRealize Automation gebruiken voor audit voor meer informatie.

Statusservice

  • Statusservice als functie in de vRealize Automation-console
  • Op rollen en tenants gebaseerde toegang tot statusgegevens
  • Meerdere vRealize Automation-instanties configureren om te controleren
  • Testuitvoeringen gepland en op aanvraag
  • REST API
    • Maakt integratie mogelijk met vRealize Operations/SDDC Health Dashboard of programma's van derden
    • Volledige REST-interface voor het uitvoeren van systeembeheertaken voor statusservice

Zie Status van vRealize Automation controleren voor meer informatie.

Uitbreiding vernietigingsproces virtual machines - geforceerd vernietigen

  • Onderhoudbaarheid werklast
    • Negeert veilig mislukte pogingen die het vernietigingsproces onderbreken
    • Efficiënt opruimen van mislukte implementaties
    • Verbeterd stabiel beheer van werklasten
    • Geldt voor volledige implementatie

Zie Vernietigen van een implementatie forceren na een mislukte vernietigingsaanvraag voor meer informatie.

Syntaxismarkering voor softwarelevenscyclusscripts

  • Verbeterde interface
    • Elegante syntaxismarkering voor softwarelevenscyclusscripts (apps ontwerpen)
    • Intuïtieve kleurcoderingsnormen
    • Verbetert productiviteit en vermindert het aantal scriptfouten

Nieuwe gebruikersrol voor bedrijfsgroepen

  • Biedt toegang tot en beheer van gedeelde bronnen

Zie Overzicht van tenantrollen voor meer informatie.

Verbeteringen in aangepaste eigenschappen

  • Softwareonderdelen kunnen nu aangepaste eigenschappen gebruiken
  • Verbeterde verwerking van veilige aangepaste eigenschappen

Zie Eigenschappen gebruiken bij inrichting van machines voor meer informatie.

Framework externe IPAM-leveranciers uitgebreid

  • Ondersteuning toegevoegd voor NAT-netwerken op aanvraag
  • Ondersteunt één-op-veel en één-op-één statische IP-adressen

Zie Het onderdeel NAT op aanvraag of geleid netwerk op aanvraag toevoegen voor meer informatie.

Endpointconfiguratieservice - gestroomlijnd endpointbeheer

  • Verbeterd om een gebruikersinterface op basis van schema's te ondersteunen
  • Biedt meer mogelijkheden, een betere bediening en een uniforme ervaring bij het beheer van endpoints in vRealize Automation
  • Maakt configuratie van endpoints mogelijk waarvoor relaties tussen de endpoints vereist zijn
  • Verbeterde UI-bediening en klantervaring
    • NSX is nu een afzonderlijk endpoint en maakt niet langer deel uit van de vSphere-endpointconfiguratie
    • Validatiecontroles van endpointconfiguraties op geldige URL, verificatiegegevens en certificaten
    • Verificatie van vertrouwen in certificaten
    • Biedt een tweestappenproces voor het oplossen van problemen met niet-vertrouwde certificaten. Wanneer u een endpointverbinding test, moet u het certificaat accepteren en uw acceptatie van het certificaat goedkeuren door op OK te klikken op het bewerkingsendpoint.
    • Acceptatie van automatisch ondertekende certificaten

Zie Configureren van endpoints voor meer informatie. 

Verbeteringen in het ontwerp van Azure Public Cloud Service

  • Softwareonderdelen selecteren, slepen en neerzetten op Azure-machines in het blueprintontwerp
  • Software-eigenschappen opgeven in het blueprintontwerp en op het aanvraagformulier
  • Vooraf ingevulde formulieren en vervolgkeuzemenu's

Zie Microsoft Azure-blueprints maken en acties voor resources opnemen voor meer informatie.

RBAC (Role-Based Access Control of op rollen gebaseerde toegangscontrole) voor Control Center van vRealize Orchestrator

  • Alle gebruikers kunnen zich aanmelden, niet alleen de rootgebruiker
  • Uitvoering van traceringen en logboeken voor op werkstromen gebaseerde vRealize Automation-aanvragen, op basis van gebruikersrol
  • Problemen met aanvragen op basis van gebruikersrol opsporen
  • Rechten en rollen van vRealize Automation hergebruiken en uitbreiden

IT-processen automatiseren met ondersteuning voor bijgewerkt SDDC (Software-Defined Data Center of softwarematig datacenter)

  • Alle op het opslagbeleid gebaseerde objecten zijn nu via API toegankelijk in vRealize Orchestrator en vRealize Automation
  • Nieuwe invoegtoepassing voor vCenter Server geleverd bij vRealize Orchestrator
  • Bijgewerkte invoegtoepassingen van AMQP, REST en PowerShell

Zie XaaS-resources configureren voor meer informatie.

Verbeteringen in vRealize Automation en ServiceNow

  • Weergeven en aanvragen van AWS-catalogusitems van de ServiceNow-portal
  • Naadloze integratie met de governance-engine van ServiceNow
  • CMDB (Centralized management database, of gecentraliseerde beheerdatabase) en ondersteuning van acties na inrichting
  • Ondersteund voor vRealize Automation 7.3 en ServiceNow Helsinki en Istanbul

Zie vRealize Automation Servicenow 2.0-invoegtoepassing is hier voor meer informatie.

Integratie VMware Admiral

  • Ondersteunt samenwerking tussen cloudbeheerders en ontwikkelingsteams voor traditionele toepassingen, containertoepassingen en hybride toepassingen
  • Maakt een evenwicht mogelijk tussen de operationele bediening van traditionele toepassingen en de flexibiliteit van containers
  • Nieuwe functionaliteiten inclusief ondersteuning van persistent volume, verbeterde netwerkfunctionaliteit voor containers en beheer van hosts

Zie Admiral voor meer informatie.

Verbeterde functionaliteit voor gebeurtenislogboeken

  • Integratie op systeemniveau met extern, met SYSLOG compatibele logboekbeheersystemen
  • Ondersteunt VMware Log Insight-server
  • Configureerbaar via VAMI en standaard beveiligd
  • Vooraf gedefinieerde set controleerbare objecten en een optie om alle andere opgenomen IaaS-objecttypen te controleren

Zie vRealize Automation controleren voor meer informatie.

Controlelogboekregistratie standaard ingeschakeld voor de volgende items

  • Materiaalgroepen
  • Endpoints
  • Werkstroomabonnementen
  • Configuratie-API voor de volgende items:
    • Instelling bewaarperiode gebeurtenislogboeken
    • Filteren van bepaalde doeltypen zodat die niet door het gebeurtenislogboek worden verwerkt
    • Oude berichten in gebeurtenislogboek uit lokale database verwijderen

Zie Logboekregistratie in vRealize Automation gebruiken voor audit voor meer informatie.

Documentatie bijgewerkt zodat alle nieuwe functionaliteit wordt ondersteund

Systeemvereisten

Zie de Ondersteuningsmatrix voor vRealize Automation voor informatie over de ondersteunde hostbesturingssystemen, databases en webservers.

Installatie

Zie vRealize Automation installeren voor de vereisten en installatie-instructies.

Documentatie

Zie VMware vRealize Automation voor documentatie bij vRealize Automation 7.3.

NIEUW: documentatie bij vRealize Automation 7.3 is bijgewerkt en opnieuw gepubliceerd op 15 maart 2018. Er is informatie toegevoegd over het bijwerken of migreren naar vRealize Automation 7.3.1.

Voordat u het upgradeproces start

Zie vRealize Automation upgraden voor algemene richtlijnen.

Het hulpprogramma Upgrade-assistentie voor de vRealize Productietest analyseert uw vRealize Automation 6.2.x-omgeving op eventuele functieconfiguraties die upgradeproblemen kunnen veroorzaken en controleert of uw omgeving klaar is voor de upgrade. Ga naar de pagina Product downloaden voor het hulpprogramma voor de VMware vRealize Productietest om dit hulpprogramma te downloaden en voor gerelateerde documentatie.

Gebruik van uw licentie om vRealize Code Stream in te schakelen

Met uw licentie van vRealize Automation kunt u nu vRealize Code Stream voor uw vRealize Automation-omgevingen inschakelen. Met de vRealize Automation-licentie kunt u vRealize Code Stream ontgrendelen zodat u dit kunt gebruiken met het vRealize Code Stream Management Pack for IT DevOps.

Om vRealize Code Stream in te schakelen, moet u beschikken over vRealize Suite Enterprise, vRealize Automation Advanced of vRealize Automation Enterprise, en een nieuwe licentie voor vRealize Automation 7.3.

U moet het vRealize Code Stream Management Pack installeren op een afzonderlijke en specifieke toepassing waarop vRealize Automation en vRealize Code Stream zijn ingeschakeld in een andere modus dan de modus voor hoge beschikbaarheid. Raadpleeg de handleiding Referentie-architectuur voor vRealize Code Stream voor meer informatie. U kunt het vRealize Code Stream Management Pack om de volgende redenen niet installeren in uw bestaande vRealize Automation-productie-instantie:

  • De extra belasting zou een negatief effect kunnen hebben op de prestaties van uw vRealize Automation-productie-instantie.
  • vRealize Code Stream biedt geen ondersteuning voor installatie op een toepassing die is geconfigureerd voor hoge beschikbaarheid. Schakel vRealize Code Stream niet in op een vRealize Automation-instantie in de modus voor hoge beschikbaarheid. In dat geval kan uw vRealize Automation-omgeving namelijk instabiel worden.

Raadpleeg de VMware vRealize Code Stream Management Pack for IT DevOps Installation Guide voor de installatie van het management pack. U kunt deze handleiding downloaden wanneer u het management pack downloadt.

Als u vRealize Code Stream in de installatiewizard van vRealize Automation of in de vRealize Automation-beheerinterface wilt inschakelen, schakelt u het selectievakje vRealize Code Stream inschakelen in.

Als u uw licentie toepast zonder vRealize Code Stream in te schakelen, kunt u vRealize Code Stream later inschakelen. Pas de licentie opnieuw toe en selecteer vRealize Code Stream inschakelen. Nadat u de licentie hebt toegepast, dient u de vRealize Automation-toepassing opnieuw te starten.

Zie voor meer informatie:

Verholpen problemen

  • Het proces voor het maken van aanvankelijke inhoud mislukt tijdens de installatie bij deze stap: Werkstroom voor het maken van configuratie-admingebruiker

    De map /var/log/messages bevat twee verschillende uitvoeringen van het proces voor het maken van een configuratiebeheerder (deze worden gelijktijdig uitgevoerd, aan het nummer achter va-agent.py ziet u dat de processen verschillen): /usr/lib/vcac/agent/va-agent.py[18405]: info Uitvoeren vRO-werkstroom voor maken van configuratiebeheerder... ... /usr/lib/vcac/agent/va-agent.py[18683]: info Uitvoeren vRO-werkstroom voor maken van configuratiebeheerder... Bij de eerste aanroep wordt de configuratiebeheerder gemaakt, en de tweede aanroep veroorzaakt de fout.

  • IaaS-installatieprogramma wordt niet gestart
    Het IaaS-installatieprogramma wordt niet gestart en het volgende bericht wordt weergegeven: “Er is al een nieuwere versie van dit product op deze machine geïnstalleerd.” Dit gebeurt wanneer het msi-pakket van het IaaS-installatieprogramma niet wordt gestart nadat de IaaS-beheeragent handmatig is bijgewerkt naar de nieuwste beschikbare versie.

  • Als u het nieuwe upgrade-shellscript gebruikt in vRealize Automation 7.2, moet u eerst upgraden naar de nieuwste beheeragent

    Als u van plan bent een geautomatiseerde upgrade uit te voeren van de IaaS-onderdelen met het nieuwe upgrade-shellscript, moet u de nieuwste beheeragent gebruiken die beschikbaar is om te downloaden. Gebruik niet de beheeragent die is opgenomen in de virtual appliance van vRealize Automation 7.2.

     

  • Gevolgen van beveiligingsupdates voor de Prerequisite Checker
    In deze versie wordt de Prerequisite Checker van de installatiewizard afgebroken als de Microsoft-beveiligingsupdates 3098779 en 3097997 aanwezig zijn. U kunt deze updates echter detecteren met de Prerequisite Checker en ze vervolgens verwijderen met de optie Oplossen. Daarna kunt u de Prerequisite Checker opnieuw uitvoeren op de gebruikelijke wijze.

    Oplossing: Gebruik de installatiewizard om de beveiligingsupdates te verwijderen zodat de Prerequisite Checker goed wordt uitgevoerd. U kunt de updates eventueel ook handmatig verwijderen. Nadat u de wizard hebt uitgevoerd, kunt u de updates 3098779 en 3097997 handmatig opnieuw installeren.

  • Nieuw De gekozen aangepaste achtergrondafbeelding op de aanmeldingspagina ontbreekt na de installatie van vRealize Automation 7.1 of na de upgrade van vRealize Automation 7.0 naar 7.1

    De aangepaste merkvermelding in vRealize Automation 7.0 ontbreekt op de tenantaanmeldingspagina nadat u de upgrade naar vRealize Automation 7.1 hebt uitgevoerd. De opgegeven aangepaste merkvermelding wordt niet weergegeven in een nieuwe installatie van vRealize Automation 7.1.

  • Bij een Active Directory met meer dan 15 gebruikersgroepen worden bij het synchroniseren van de Active Directory de groepen niet weergegeven

    Als er meer dan 15 groepen zijn, verschijnen er maar een paar groepen wanneer u de Active Directory met behulp van Beheer > Beheer van identiteitsarchieven > Identiteitsarchieven probeert te synchroniseren in de vRealize Automation-beheerinterface.

  • Er staat een nieuwe ongeldige naam in het voorbeeld in de Programming Guide

    De aanvraag voor een HTTP Bearer Token-procedure in de Programming Guide voor vRealize Automation 7.2 bevat twee ongeldige curl-opdrachtregelvoorbeelden: https://$vRA/identities/api/tokens en https://vra.mycompany.com/identities/api/tokens. In beide voorbeelden is "identities" een ongeldige naam.

  • Inrichting gekoppelde kloons mislukt als momentopname niet beschikbaar is

    In eerdere versies zou de inrichting van een blueprint met een gekoppelde kloon met een genoemde momentopname (in tegenstelling tot de huidige momentopname) mislukken als de geselecteerde reservering zich in een ander vCenter bevond dan de oorspronkelijke momentopname, zelfs als de virtual machine van de sjabloon en de momentopname waren gekloond naar het doel-vCenter. De eerdere oplossing was reserveringsbeleidsregels zo in te stellen dat de blueprint alleen in het oorspronkelijke vCenter kon worden ingericht. Het onderliggende probleem is opgelost, dus blueprints met gekoppelde klonen kunnen nu worden ingericht in elke dynamisch geselecteerde reservering die toegang heeft tot een momentopname met dezelfde naam als de momentopname die in de blueprint is gespecificeerd. U kunt deze oplossing toepassen op bestaande gekoppelde blueprints met klonen door de blueprint in het blueprintontwerp te openen en deze op te slaan. U hoeft de blueprint niet handmatig te bewerken.

  • Sommige internationale toetsenbordtoewijzingen worden niet ondersteund op een externe console

    De VMWare HTML Console SDK is bijgewerkt naar versie 2.1, die ondersteuning toevoegt voor aanvullende toetsenbordtoewijzingen, gedocumenteerd in de versie-informatie voor HTML Console SDK.

Bekende problemen

De bekende problemen zijn als volgt gegroepeerd.

Upgrade
  • Een migratie kan mislukken bij het synchroniseren van reserveringen van de IaaS-database naar de PostgreSQL-database

    Bij het mislukken wordt de volgende foutmelding gegenereerd: time-out tijdens lezen.

    Oplossing: Zie het Knowledge Base-artikel 2149882.

  • CPU wordt extra belast na upgrade van vRealize Automation 7.1 of 7.2 naar 7.3

    Wanneer u vRealize Automation 7.1 of 7.2 upgradet naar 7.3, wordt dubbele invoer toegevoegd aan de tabel DynamicOps.Repository.WorkflowSchedules in de IaaS-database. De dubbele schema's zijn voor metriekwerkstromen. Na de upgrade wordt de CPU-belasting op het systeem verhoogd door meerdere metriekwerkstromen die tegelijkertijd dezelfde berekeningen uitvoeren.

    Oplossing: Zie het Knowledge Base-artikel 2150239.

  • Het toevoegen van een nieuwe virtuele server aan een bestaande load balancer op aanvraag in een implementatie mislukt  

    Wanneer u een nieuwe virtuele server aan een bestaande load balancer op aanvraag toevoegt in een implementatie geüpgraded van een eerdere versie van vRealize Automation 7.x, mislukt de toevoeging als dit de eerste herconfigureringsactie op de load balancer is sinds de upgrade. Het mislukken genereert de foutcode: 14623 met betrekking tot “dubbele poorten”. Dit mislukt omdat het systeem een standaardinstelling uit eerdere versies opslaat. Deze fout is niet van invloed op andere zaken in het systeem. Als u voor vRealize Automation 7.3-implementaties vraagt om een virtuele server aan een load balancer toe te voegen en tegelijkertijd een wijziging in een andere virtuele server aanbrengt, mislukt de aanvraag en wordt dezelfde fout gegenereerd. 

    Oplossing: Voor geüpgradede implementaties: Voer een herconfigureringsactie op de load balancer uit en bewerk een instelling op een van de virtuele servers. Hiermee lost u het probleem op dat het systeem de standaardinstelling uit eerdere versies opslaat. U kunt dit ook doen op load balancers die van eerdere versies zijn geüpgraded of op load balancers waarop dezelfde fout voorkomt.

    Voor geüpgradede load balancers en load balancers die in 7.3 zijn geïmplementeerd, mag u geen virtuele server bewerken terwijl u in dezelfde aanvraag een virtuele server toevoegt. U voorkomt deze fout door de bewerkingsactie en de toevoegingsactie in afzonderlijke aanvragen uit te voeren.

  • Nieuw Er ontbreken endpoints na de upgrade naar vRealize Automation 7.3

    Na een geslaagde upgrade naar vRealize Automation 7.3 worden op de pagina Endpoints in de vRealize Automation-console niet alle endpoints weergegeven.

    Oplossing: Zie het Knowledge Base-artikel 2150252.

  • Nieuw Kan CSV-bestand voor bulkimport niet genereren vanwege dubbele vermeldingen

    Nadat u zich hebt aangemeld bij de vRealize Automation-console, Infrastructuur > Beheer > Bulkimports hebt gekozen en op CSV-bestand genereren hebt geklikt, wordt het volgende foutbericht weergegeven: "Er is een fout opgetreden. Voor meer informatie raadpleegt u de gebeurtenislogboeken op de IaaS-server of neemt u contact op met uw systeembeheerder." In de gebeurtenislogboeken van de Windows IaaS-machine ziet u vermeldingen die er ongeveer als volgt uit zien: "System.ArgumentException: Een item met dezelfde sleutel is al toegevoegd." Dit probleem treedt op wanneer de query voor het ophalen van blueprints voor bulkimport dubbele vermeldingen retourneert.

    Oplossing: Gebruik het hulpprogramma cloudutil.exe om het CSV-bestand te genereren door de volgende stappen uit te voeren.

    1. Download cloudutil.exe van de Windows Installer-downloadpagina op de vRealize Automation-toepassing: https://vra-va-hostname.domain.name:5480/installer/. CloudUtil is de opdrachtregelinterface voor vRealize Automation Designer. U voert de opdrachten uit op de Windows-machine waarop het ontwerpprogramma wordt uitgevoerd. De standaardlocatie voor de installatie op een Windows-machine is C:\Program Files (x86)\VMware\vCAC\vRealize Automation Designer.
    2. Genereer het CSV-bestand door de volgende opdracht uit te voeren: CloudUtil.exe Machine-BulkRegisterExport
  • Nieuw Wanneer u vRealize Automation 7.3 upgradet vanuit een omgeving die geïntegreerd is met de huidige versie van vRealize Business, wordt 'niet beschikbaar' weergegeven voor de kostengegevens voor alle catalogusitems in de vRealize Automation-console

    Dit is een tijdelijk probleem dat wordt opgelost wanneer u upgradet naar de nieuwste versie van vRealize Business.

    Oplossing: Upgraden naar vRealize Business for Cloud 7.3.0.

    U kunt de kostengegevens voor virtual machines van vRealize Automation nog steeds bekijken in rapporten en andere gedeelten van vRealize Business.

  • Nieuw Nadat u WEBDAV hebt verwijderd als een van de vereisten voor het upgraden van een 2012 R2 IaaS-computer, wordt in de configuratiewizard het bericht InternalServerError weergegeven.

    Dit bericht wordt weergegeven, omdat de app-groep van de opslagplaats is gestopt: "Distributed Execution Manager kan niet worden geüpgraded, omdat deze verwijst naar een Model Manager-webhost :443 die niet kan worden gevalideerd. U moet deze fout oplossen voordat u de upgrade opnieuw uitvoert: Model Manager-webservice is geïnstalleerd op host :443, maar is niet actief. Statuscode van HTTP-webrespons: InternalServerError."

    Oplossing: Ga naar de toepassingsgroepen op de IIS-server, start de app-groep van de opslagplaats en ga door met de upgrade.

  • Nieuw Wanneer u een geclusterde vRealize Automation-omgeving hebt geüpgraded, is een van de Xenon-knooppunten niet actief

    Tijdens de upgrade wordt een van de vRrealize Automation-knooppunten niet gestart.

    Oplossing: Controleer de status van elk knooppunt op het tabblad Xenon in de beheerconsole. Als een van de knooppunten niet actief is, start u dit handmatig. U kunt ook een SSH-verbinding met elk knooppunt openen en ’service xenon-service status’ uitvoeren. Als het knooppunt niet actief is, voert u ‘service xenon-service start’ uit.

  • Nieuw Wanneer u een IaaS-websiteonderdeel handmatig installeert, geeft het oude GUI-installatieprogramma een foutmelding over een certificaatvalidatie.

    Het foutbericht wordt weergegeven wanneer u op Volgende klikt op de pagina voor de aangepaste installatie van de IaaS-server, waarbij het websiteonderdeel is geselecteerd. Dit foutbericht is een fout-positieve melding en wordt ook weergegeven wanneer u de juiste optie selecteert. De fout voorkomt dat het vRealize Automation 7.3 IaaS-websiteonderdeel wordt geïnstalleerd.

    Oplossing: Zie het Knowledge Base-artikel 2150645.

  • Nieuw Een DEM (Distributed Execution Manager) of een DEO (Distributed Execution Manager Orchestrator) wordt niet bijgewerkt wanneer u een upgrade uitvoert naar vRealize Automation 7.3.x. 

    Het IaaS-onderdeel DEM of DEO moet zijn geïnstalleerd op de standaardlocatie op c:\program files (x86) \vmware\vcac wanneer u een upgrade uitvoert naar vRealize Automation 7.3.x. Als deze onderdelen niet op de standaardlocatie zijn geïnstalleerd, worden ze tijdens de upgrade niet bijgewerkt.

    Oplossing: Zie het Knowledge Base-artikel 2150517.

  • Nieuw Het verwijderen van een host met meer dan 400 containers mislukt met een fout in de gegevensserialisatie

    Proberen een containerhost met meer dan 400 containers te verwijderen in vRealize Automation 7.2 en 7.3 kan mislukken met een fout in de gegevensserialisatie.

    Oplossing: Verwijder 400 containers tegelijk uit de host met behulp van de vRealize Automation-console, de API of de CLI, en verwijder vervolgens de host van de containers.

Configuratie en inrichting
  • Wanneer een gebruiker herconfiguratie van het netwerkpad van een machine aanvraagt en het oorspronkelijke netwerkpad niet is geselecteerd in de reservering van de machine, lijkt de aanvraag te lukken en verwijdert vRealize Automation ongemerkt de opgeslagen netwerkkaart van de machine uit de database. Er wordt geen wijziging aangebracht in de daadwerkelijke machine.

    Het herconfigureren van het netwerkpad van een machine wanneer het oorspronkelijke netwerkpad niet is geselecteerd in de reservering van de machine, wordt niet ondersteund. Het is de bedoeling dat elke aanvraag hiertoe zal mislukken, met een relevante foutmelding. In plaats daarvan lijkt deze te lukken en wordt de opgeslagen netwerkkaart van de machine ongemerkt uit de vRealize Automation-database verwijderd. Dit heeft geen invloed op de daadwerkelijke machine.

    Oplossing: Geen. De weergave door vRealize Automation van de machine met betrekking tot de opgeslagen netwerkkaart wordt in de oorspronkelijke staat hersteld wanneer de gegevensverzameling de volgende keer wordt uitgevoerd voor het relevante cluster.

  • Na een failover van de vRealize Appliance wordt de statuspagina mogelijk traag geladen

    Als de statuspagina open is voordat de failover van de vRealize Appliance wordt uitgevoerd, kan het wel 15 minuten duren voordat de pagina na de failover wordt geladen.

    Oplossing: Herstel de functionaliteit van de eerste toepassing of start de service van de vcac-server opnieuw op in de lopende toepassing.

  • Prijs voor een implementatie is niet nauwkeurig wanneer de blueprint een imageonderdeelprofiel bevat

    Wanneer een imageonderdeelprofiel is geselecteerd in de ontwerpfase, is de grootte van de kloonschijf onbekend wanneer de gebruiker een machine aanvraagt. Wanneer de gebruiker de prijs van een machine opvraagt, is de weergegeven prijs niet nauwkeurig. In de prijs is de kloonschijf in de sjabloon die als onderdeel van het imageonderdeelprofiel is geselecteerd, niet opgenomen.

    Oplossing: Wanneer een gebruiker een catalogusitem opvraagt, worden de implementatiekosten door vRealize Business gecorrigeerd nadat vRealize Business de grootte van de kloonschijf die de machine gebruikt, omvat.

  • Een vernietigingsbewerking uitgevoerd aan een lid van een cluster voorkomt dat opschaal- of neerschaalbewerkingen naar verwachting functioneren

    Wanneer u handmatig een machine vernietigt die deel uitmaakt van een cluster dat uit meerdere machines bestaat, kunt u niet langer opschaal- en neerschaalbewerkingen uitvoeren na de inrichting. U introduceert een niet-overeenkomend aantal items wanneer u handmatig één lid van een cluster vernietigt met de vernietigingsactie op de machine. Bij een niet-overeenkomend aantal items wordt er bij een neerschaalbewerking vanuit gegaan dat de vernietigde machine nog steeds deel uitmaakt van het cluster. Hierdoor wordt tijdens een neerschaalbewerking voorkomen dat een deel van, of alle benodigde machines worden toegevoegd. Als het aantal machines 1 afwijkt en de clusterlimiet 5 is, kunnen er maximaal 4 daadwerkelijke virtuele machines en 1 fantoommachine zijn. Bij een schaalbewerking die wordt uitgevoerd, zou het kunnen dat de samenstellingsservice probeert te schalen naar één machine, wat leidt tot de vernietiging van alle leden van het cluster.

    Oplossing: Voor implementaties waarin op- of neerschaalbewerkingen zijn ingeschakeld, mag u vernietigingsacties niet toestaan. Hiermee voorkomt u dat het aantal items niet meer overeenkomt. Als u denkt dat uw implementatie een machine in een cluster bevat die handmatig is vernietigd, kan een beheerder dit controleren door het aantal clusterleden te tellen dat wordt weergegeven op de pagina Implementaties. Als er een cluster is waarvoor een virtual machine is vernietigd, implementeert u de implementatie opnieuw en staat u vernietigingsacties niet meer toe in de opnieuw geïmplementeerde implementatie.

  • Implementaties met meerdere load balancers geven het aantal virtuele services voor de load balancers onjuist weer

    In implementaties waarin meerdere load balancers zijn geïmplementeerd in vRealize Automation 7.2 of eerder, geeft elke load balancer virtuele servers weer uit alle load balancers die in de implementatie aanwezig zijn.

    Oplossing: Geen.

  • Kan regel voor het doorsturen van NAT-poorten niet toevoegen aan een geïmplementeerd NAT-netwerk op aanvraag dat aan een IPAM-provider van derden is gekoppeld

    Wanneer u een regel voor het doorsturen van NAT-poorten toevoegt door na inrichting de actie NAT-regels wijzigen te gebruiken op een geïmplementeerd NAT-netwerk op aanvraag dat is gekoppeld aan een IPAM-provider van derden, worden in het vervolgkeuzemenu voor het veld Onderdeel geen gegevens weergegeven en kunnen er geen nieuwe gegevens worden geaccepteerd. U kunt hierdoor geen nieuwe regel toevoegen.

    Oplossing: Geen.

  • Als een gekoppelde eigenschap is geconfigureerd om te worden doorgegeven aan een softwarescript van Windows CMD, wordt de gekoppelde eigenschap tijdens de uitvoeringstijd niet ontvangen door het script

    Het doorgeven van gekoppelde invoereigenschappen aan een softwarescript van Windows CMD wordt niet ondersteund. Alle andere typen softwarescripts, zoals bash of Windows PowerShell, ondersteunen het doorgeven van eigenschappen aan softwarescripts als een reeks waarden, maar Windows CMD ondersteunt het argument array (argv) type niet.

    Oplossing: Geen.

  • Nadat u een succesvolle testverbinding hebt opgezet en het endpoint hebt opgeslagen met een geldige vingerafdruk, bevatten de logboekbestanden van de vSphere-agent of van DEM foutmeldingen over een gesloten verbinding, het feit dat het niet mogelijk is een vertrouwensrelatie op te zetten of dat een extern certificaat ongeldig is.

    In vRealize Automation 7.3 is voor vSphere- en NSX-endpoints de validatie van certificaten ingeschakeld. Bij deze endpoints kunt u niet langer een niet-vertrouwd certificaat gebruiken. Hoewel u met de knop Testverbinding de certificaatvingerafdruk op deze endpoints kunt valideren, als het certificaat zo wordt gegenereerd dat het basiscertificaat in de certificaatketen niet automatisch wordt ondertekend, kan het certificaatvalidatieproces voor deze twee endpoints mislukken en een functionele fout opleveren bij de acties gegevensverzameling, inrichting of na inrichting.

    Oplossing:

    Voor vSphere

    Download het basiscertificaat in de certificaatketen voor het endpoint.

    • Zie http://kb.vmware.com/kb/2108294 voor vCenter endpoint 6.0 of later.
    • Download voor vCenter endpoint 5.5 of eerder het BASIS-certificaat uit het certificeringspad voor het endpointcertificaat.

    Voer deze stappen uit.

    1. Download eerst het endpointcertificaat door rechtstreeks in de browser naar het endpoint te gaan.
    2. Ga naar het certificeringspad om naar het basiscertificaat te gaan.
    3. Download het basiscertificaat in de keten.
    4. Installeer het certificaat in de vertrouwde hoofdopslag van de agent- en DEM-machines.


    Voor het NSX-endpoint

    1. Download het endpointcertificaat door rechtstreeks in de browser naar het endpoint te gaan.
    2. Ga naar het certificeringspad om naar het basiscertificaat te gaan.
    3. Download het basiscertificaat in de keten.
    4. Installeer het certificaat in de vertrouwde hoofdopslag van de DEM-machines.
  • Nieuw De actie na inrichting Load balancer herconfigureren mislukt voor een blueprint die is geïmporteerd vanuit YAML

    Wanneer u de actie na inrichting Load balancer herconfigureren uitvoert voor een implementatie, mislukt deze soms. Dit is het geval wanneer de blueprint die is gekoppeld aan de implementatie geïmporteerd is uit een YAML-bestand dat een load balancer op aanvraag bevat waarvan het naamveld een andere waarde bevat dan het ID-veld.

    Oplossing: Geen.

    Voer de volgende stappen uit om de blueprint te corrigeren, zodat in toekomstige implementaties acties na inrichting kunnen worden uitgevoerd op de load balancer.

    1. Selecteer in de vRealize Automation-console de blueprint waarbij de waarden in de naam- en ID-velden niet overeenkomen.
    2. Klik op Bewerken en voer de naam van het onderdeel van de load balancer opnieuw in.
    3. Sla de blueprint op. Hierdoor worden de naam- en ID-waarden die zijn ingesloten in de blueprint ingesteld op dezelfde waarde.

    Wanneer u een nieuwe implementatie inricht met gebruikmaking van de bewerkte blueprint, werkt de actie Load balancer herconfigureren. U kunt dit probleem vermijden door ervoor te zorgen dat in elke component van een load balancer op aanvraag in alle YAML-bestanden dezelfde waarden zijn vermeld bij de naam- en ID-velden.

  • Nieuw Het openen van een beveiligde HTTP-verbinding met de vRealize Automation-toepassing met het Tls1.0-protocol wordt nog steeds ondersteund op poorten 443 en 8283

    Het TLS1.0-protocol voor SSL wordt nog steeds ondersteund als u een verbinding opent of een API-aanroep uitvoert naar de vRealize Automation-toepassing op poort 443 voor de vRealize Automation-server, vRealize Orchestrator-server of de vIDM-server of op poort 8283 voor de vRealize Orchestrator-configuratieserver.

    Oplossing:

    Opmerking: De volgende oplossing voor het uitschakelen van TLS1.0 kan tijdelijk worden gebruikt en moet niet worden toegepast tijdens de upgrade. Als TLS1.0 wordt uitgeschakeld door deze oplossing, kan de upgradelogica voor deze toepassing worden verbroken. De klant kan het beste wachten op een officiële versie met de oplossing voor het uitschakelen van het TLS1.0-protocol.

    1. Open een SSH-sessie op de vRealize Automation-mastertoepassing in de implementatie. Als uw omgeving één vRealize Automation-toepassing heeft, opent u een SSH-sessie voor deze toepassing.

    2. Bewerk de volgende bestanden:

    /etc/haproxy/conf.d/20-vcac.cfg

    frontend https-in

    ...

    - bind 0.0.0.0:443 ssl crt /etc/apache2/server.pem ciphers !aNULL:kECDH+AESGCM:ECDH+AESGCM:RSA+AESGCM:kECDH+AES:ECDH+AES:RSA+AES:@STRENGTH no-sslv3

    + bind 0.0.0.0:443 ssl crt /etc/apache2/server.pem ciphers !aNULL:!eNULL:kECDH+AESGCM:ECDH+AESGCM:RSA+AESGCM:kECDH+AES:ECDH+AES:RSA+AES:@STRENGTH no-sslv3 no-tlsv10

    ...

    /etc/haproxy/conf.d/30-vro-config.cfg

    frontend https-in-vro-config

    ...

    - bind :::8283 v4v6 ssl crt /opt/vmware/etc/lighttpd/server.pem ciphers TLSv1+HIGH:!aNULL:!eNULL:!3DES:!RC4:!CAMELLIA:!DH:!kECDHE:@STRENGTH no-sslv3

    + bind :::8283 v4v6 ssl crt /opt/vmware/etc/lighttpd/server.pem ciphers TLSv1+HIGH:!aNULL:!eNULL:!3DES:!RC4:!CAMELLIA:!DH:!kECDHE:@STRENGTH no-sslv3 no-tlsv10

    ...

    3. Voer het volgende uit: service haproxy restart

    4. Voer het volgende uit: /usr/sbin/vcac-config cluster-config-ping-nodes --services haproxy

    Nu bieden uw vRealize Automation-toepassingen geen ondersteuning meer voor TLS1.0 voor beveiligde verbindingen op poorten 443 en 8283.

  • Nieuw  Bij het gebruik van een dubbele punt (:) als scheidingsteken in een YAML-bestand wordt het scheidingsteken verkeerd geïnterpreteerd wanneer u een Windows-containerblueprint maakt

    Dit probleem treedt op wanneer u een blueprint met een containervolume maakt waarbij zowel het pad van de container als van de de host een Windows-stationsletter met een dubbele punt bevat, zoals D:/DBFILES/:c:/temp/. Als u de blueprint opslaat en vervolgens opent, wordt de waarde van de container- en hostpaden niet goed herkend omdat de eerste dubbele punt van de stationsletter abusievelijk als scheidingsteken wordt geïnterpreteerd.

    Oplossing: Geen.

  • Nieuw De actie na inrichting NAT-regels wijzigen mislukt voor een blueprint die is geïmporteerd vanuit YAML

    Wanneer de actie na inrichting NAT-regels wijzigen wordt geactiveerd op een implementatie, mislukt deze met de volgende fout: Kan updateverzoek voor implementatie niet activeren [{Kon huidige componentstatus voor nat1 niet vaststellen}]. Dit gebeurt wanneer de blueprint die is gekoppeld aan de implementatie is geïmporteerd uit een YAML-bestand dat een NAT-netwerk op aanvraag bevat met niet-identieke waarden in de naam- en ID-velden.

    Oplossing: Geen. Ga als volgt te werk om de blueprint te corrigeren.

    1. Bewerk de gekoppelde blueprint in de vRealize Automation-console en selecteer het gewenste bovenliggende netwerkprofiel voor het NAT-netwerk op aanvraag opnieuw.
    2. Sla de blueprint op.

    Hierdoor worden de naam- en ID-waarden die zijn ingesloten in de blueprint ingesteld op dezelfde waarde. Wanneer u een nieuwe implementatie inricht met gebruikmaking van de blueprint, werkt de actie NAT-regels wijzigen. U kunt dit probleem vermijden door ervoor te zorgen dat in elke component van een NAT-netwerk op aanvraag in alle YAML-bestanden dezelfde waarden zijn opgegeven bij de naam- en ID-velden.

  • Nieuw De downloadkoppelingen op de pagina met installatieprogramma's voor de gast- en softwareagent voor de Java Runtime Environment van Linux werken niet

    In de sectie 'Linux Software Installers' worden de volgende koppelingen weergegeven.

    • vmware-jre-1.8.0_121-fcs.i586.rpm
    • vmware-jre-1.8.0_121-fcs.x86_64.rpm

    Wanneer u op een van deze koppelingen klikt, wordt een nieuwe pagina geopend met de fout HTTP-status 404 – Niet gevonden

    Oplossing:

    Als u deze RPM-bestanden wilt downloaden, doet u het volgende;

    1. Klik op de koppeling en vervang de bestandsnaam in de URL in het adresveld van de browser.

    • Vervang vmware-jre-1.8.0_121-fcs.i586.rpm door vmware-jre-1.8.0_121-fcs_b31.i586.rpm.
    • Vervang vmware-jre-1.8.0_121-fcs.x86_64.rpm door vmware-jre-1.8.0_121-fcs_b31.x86_64.rpm.

    Bijvoorbeeld:

    • https://va-hostname.domain.name​ /software/download/vmware-jre-1.8.0_121-fcs_b31.x86_64.rpm
    • https://va-hostname.domain.name /software/download/vmware-jre-1.8.0_121-fcs_b31.i586.rpm

    2. Druk op Enter.

    De bestanden worden nu gedownload (hoewel de foutmelding nog steeds wordt weergegeven in de browser).

  • Nieuw Mogelijk moet u zich opnieuw aanmelden om een verificatieadapter voor de connector te bewerken

    Binnen 30 minuten nadat ze zich hebben aangemeld bij de console, kunnen beheerders de vRealize Automation-console gebruiken om verificatieadapters voor connectoren te configureren die overeenkomen met een directory. Als een beheerder deze configuratie probeert uit te voeren na 30 minuten, wordt een aanmeldpagina weergegeven en is verificatie vereist.

    Oplossing: Meld u opnieuw aan bij de console met de verificatiegegevens van de beheerder.

  • NIEUW De rootpartitie heeft onvoldoende opslagruimte

    Onjuiste logboekrotatie in /var/lib/vrhb kan leiden tot intensief gebruik van de rootpartitie, waardoor de partitie uiteindelijk vol zal raken.

    Oplossing: Zie het Knowledge Base-artikel 2151693.

  • NIEUW Een virtual machine, die is ingericht met SCVMM (System Center Virtual Machine Manager), kan niet opnieuw worden ingericht

    Vóór vRealize Automation 7.3 mislukte het opnieuw inrichten van een virtual machine die is ingericht met SCVMM, met het volgende foutbericht: "Workflow 'ScvmmCreateVM' failed with the following exception:DynamicOps.Repository.Activities.PowerShellException: You cannot call a method on a null-valued expression."

    Dit probleem is opgelost in versie 7.3. Echter, als u uw systeem hebt geüpgraded naar 7.3 van een eerdere versie, kan een machine die vóór de upgrade is ingericht met SCVMM, nog steeds niet opnieuw worden ingericht.

    Oplossing:

    Voer deze stappen uit.

    1. Meld u aan bij de SCVMM Virtual Machine Manager-console.
    2. Klik in het linkermenu op Bibliotheek > Sjablonen.
    3. Sorteer in de tabel in het rechterdeelvenster de sjablonen op naam.
    4. Verwijder alle sjablonen die het voorvoegsel TemporaryTemplate hebben, gevolgd door een GUID met een reeks letters en cijfers.
    5. Nadat u de sjablonen hebt verwijderd, kunt u de virtual machines opnieuw inrichten.
Documentatie
  • Nieuw De procedure voor het definiëren van de instellingen voor de virtuele-serverdistributie bevat een niet-ondersteund patroon voor HTTPS-verkeer

    De procedure Instellingen voor virtuele-serverdistributie definiëren bevat de volgende substap.

    Selecteer de SSL-sessie-id om een van de volgende ondersteunde HTTPS-verkeerspatronen te ondersteunen:

    • SSL-passthrough - client -> HTTPS -> LB (SSL beëindigen) -> HTTPS -> server
    • Client: HTTP-> LB -> HTTP -> servers

    Als u het patroon Client - HTTP selecteert, gebruikt het systeem in plaats hiervan het verkeerspatroon SSL-passtrough - client. vRealize Automation ondersteunt het verkeerspatroon Client - HTTP niet.

    Oplossing. Selecteer het verkeerspatroon Client - HTTP niet.

Voorgaande bekende problemen

Als u een lijst met voorgaande bekende problemen wilt weergeven, klikt u hier.