Versie-informatie voor vRealize Automation 7.3 

|

Bijgewerkt op: 14 JULI 2017

vRealize Automation | 25 mei 2017 | Versie 5610496 

Controleer regelmatig op aanvullingen en updates voor deze versie-informatie. 

Inhoud van de versie-informatie

In deze versie-informatie komen de volgende onderwerpen aan bod:

Nieuw

vRealize Automation versie 7.3 bevat oplossingen voor problemen en ook de volgende nieuwe mogelijkheden.

Blueprints met parameters om de herbruikbaarheid te verbeteren en het ongewenst uitbreiden van blueprints te voorkomen

  • Geïntroduceerde onderdeelprofielen voor het definiëren van zowel grootte- als imagekenmerken zodat 't-shirtgrootte' mogelijk is als aanvraagitem
    • Onderdeelprofielen opgegeven voor image en grootte van virtual machines inclusief CPU, geheugen en opslaggrootte
  • Blueprints efficiënt beheren door buiten beschouwing gelaten onderdeelprofielen te gebruiken
  • Herbruikbaarheid verbeteren terwijl het ongewenst uitbreiden van blueprints aanzienlijk wordt beperkt
  • Goedkeuringsbeleid voor grootte- of imagevoorwaarden activeren
  • Onderdeelprofielen importeren of exporteren met vRealize CloudClient
  • Automatisch onderdeelprofielwaarden vervangen

Op beleid gebaseerde optimalisatie van plaatsing virtual machines

  • Vereist vRealize Operations Manager 6.6, dat spoedig zal worden uitgebracht
  • Maximaliseer de investering in uw infrastructuur door plaatsing te optimaliseren
  • Combineer governance van vRealize Automation met op prestaties gebaseerd inzicht om de plaatsing te optimaliseren
  • Plaats virtual machines op basis van prestatiedoelen met gebruik van verschillende algoritmen
    • Evenwicht voor maximale ruimte in geval van pieken
    • Consolidatie om ruimte open te laten voor grote werklasten

Beter beheer van met NSX ingerichte load balancers

Verbeterde doorstuurregels voor NAT-poorten

  • NAT op aanvraag via NSX
  • Doorstuurregels voor poorten kunnen in de ontwerpfase worden geconfigureerd
  • Regels kunnen worden ingedeeld
  • Regels kunnen worden toegevoegd, verwijderd en opnieuw worden ingedeeld nadat u deze hebt gemaakt

NSX-beveiligingsgroep en beheer van tags

  • Bestaande NSX-beveiligingsgroepen of tags kunnen aan een actieve toepassing worden toegevoegd
  • NSX-beveiligingsgroepen en tags kunnen van toepassingen worden ontkoppeld

Hoge beschikbaarheid geautomatiseerd voor NSX Edge-services

  • De hogebeschikbaarheidsmodus van Edge in de blueprint biedt hoge beschikbaarheid voor alle Edge-services in een toepassing wanneer deze wordt geïmplementeerd
  • Per blueprint te configureren op basis van de beschikbaarheidsbehoeften van de toepassing
  • Gebruik aangepaste eigenschappen om hoge beschikbaarheid te bepalen tijdens de aanvraag
  • Voegt hoge beschikbaarheid toe voor load balancing, NAT, firewall enzovoort

Grootteselectie NSX Edge

  • Kan implementatiegrootte opgeven voor de NSX Edge Services Gateway (ESG)
  • Per blueprint configureerbaar op basis van de behoeften van de toepassing of de schaal
  • Gebruikt aangepaste eigenschappen voor selectie van de grootte bij aanvragen

Framework voor configuratie-automatisering - integratie van Puppet

  • Configuratiebeheer als hoofdgebruiker
    • Invoegtoepassing onzichtbaar maken voor klanten en acties inschakelen in het ontwerpcanvas van de blueprint
    • Mogelijkheid opmerkingen over configuratiebeheer te slepen en neer te zetten en dynamisch rollen toe te wijzen op het ontwerpcanvas
  • Eerste implementatie met Puppet
    • Puppet Master als endpoint registreren
    • Puppet-knooppunt slepen en neerzetten
    • Dynamisch zoeken in Puppet Master, omgeving en rollen
  • Ondersteuning van opties voor vroegtijdige en late binding
  • Ondersteuning van acties na inrichting, zoals registratie ongedaan maken en verwijderen

Verbeteringen in installatie, upgrade, migratie

  • Nieuwe APII-extensies voor installatie
    • Maken van eerste inhoud activeren
    • Maken van automatisch ondertekende certificaten aanroepen
    • Vervanging van certificaten in vRealize Automation, IaaS-web en IaaS Microsoft SQL
  • API-extensies bij nieuwe upgrade
    • Lijst van alle beschikbare versies voor upgrade
    • Weergave downloadstatus van upgradepakketten
    • Voorafgaand aan upgrade geselecteerde versie controleren
    • Geschatte upgradetijd weergeven
    • Statusvoortgang upgrade weergeven
  • Migratie
    • Automatische migratie van vRealize Automation 7.x naar 7.3
  • Aanvraag voor certificaatondertekening (CSR) genereren in installatiewizard

Verbeteringen in REST API

  • Op gebruikssituaties gebaseerde REST API-voorbeelden met gebruik van Postman voor veel van de gangbare vRealize Automation-gebruikssituaties nu beschikbaar op GitHub
  • Nieuwe en verbeterde Swagger-documentatie voor alle REST API's van vRealize Automation beschikbaar op code.vmware.com
  • Verbeterde Programmahandleiding vRealize Automation met informatie over de REST API's van vRealize Automation, eenvoudiger te gebruiken en raadplegen

Verbeteringen in hoge beschikbaarheid

  • Automatische failover van PostgreSQL-database
  • Automatische failover van IaaS Manager Service
  • Verbeterd herstel RabbitMQ
  • Ondersteuning voor meerdere NIC’s in de vRealize Automation-toepassing

Verbeterde integratie vRealize Business for Cloud - Cloud Management Platform

  • Consistente terminologie in vRealize Automation en vRealize Business for Cloud
  • Geen afgeleide kosten in vRealize Automation - vRealize Business for Cloud is de enige bron voor alle prijsstellingsgegevens
  • Nauwkeurige prijsstelling voor machines met fouttolerantie en Azure-blueprints
  • Prijzen bijgewerkt na deze acties na de inrichting:
    • Herconfigureren van machine
    • Opschalen of neerschalen
    • Importeren van machine

Controlelogboekregistratie

  • Objecttypen framework controlelogboekregistratie:
    • Werkstroomabonnement
    • Materiaalgroepen
    • Endpoints (infrastructuur)
  • Controlelogboeken verzenden naar vRealize Log Insight of syslog-server via Log Insight-agent
  • Configureerbare bewaarperiode

Statusservice

  • Statusservice als functie in de vRealize Automation-console
  • Op rollen en tenants gebaseerde toegang tot statusgegevens
  • Meerdere vRealize Automation-instanties configureren om te controleren
  • Testuitvoeringen gepland en op aanvraag
  • REST API
    • Maakt integratie mogelijk met vRealize Operations/SDDC Health Dashboard of programma's van derden
    • Volledige REST-interface voor het uitvoeren van systeembeheerstaken voor statusservice

Uitbreiding vernietigingsproces virtual machines - geforceerd vernietigen

  • Onderhoudbaarheid werklast
    • Negeert veilig mislukte pogingen die het vernietigingsproces onderbreken
    • Efficiënt opruimen van mislukte implementaties
    • Verbeterd stabiel beheer van werklasten
    • Geldt voor volledige implementatie

Syntaxismarkering voor softwarelevenscyclusscripts

  • Verbeterde interface
    • Elegante syntaxismarkering voor softwarelevenscyclusscripts (apps ontwerpen)
    • Intuïtieve kleurcoderingsnormen
    • Verbetert productiviteit en vermindert het aantal scriptfouten

Nieuwe gebruikersrol voor bedrijfsgroepen

  • Biedt mogelijkheid van toegang tot en beheer van gedeelde bronnen

Verbeteringen in aangepaste eigenschappen

  • Softwareonderdelen kunnen nu aangepaste eigenschappen gebruiken
  • Verwerking van veilige aangepaste eigenschappen verbeterd

Framework externe IPAM-leveranciers uitgebreid

  • Ondersteuning toegevoegd voor NAT-netwerken op aanvraag
  • Ondersteunt een-op-veel en een-op-een statische IP-adressen

Endpointconfiguratieservice - gestroomlijnd endpointbeheer

  • Verbeterd om een gebruikersinterface op basis van schema's te ondersteunen
  • Biedt meer mogelijkheden, een betere bediening en een uniforme ervaring bij het beheer van endpoints in vRealize Automation
  • Maakt configuratie van endpoints mogelijk waarvoor relaties tussen de endpoints vereist zijn
  • Verbeterde UI-bediening en klantervaring
    • NSX is nu een afzonderlijk endpoint en maakt niet langer deel uit van de vSphere-endpointconfiguratie
    • Validatiecontroles van endpointconfiguraties op geldige URL, verificatiegegevens en certificaten
    • Verificatie van vertrouwen in certificaten
    • Biedt een tweestappenproces voor het oplossen van problemen met niet-vertrouwde certificaten. Wanneer u een endpointverbinding test, moet u het certificaat accepteren en uw acceptatie van het certificaat goedkeuren door op OK te klikken op het bewerkingsendpoint.
    • Acceptatie van automatisch ondertekende certificaten

Verbeteringen in het ontwerp van Azure Public Cloud Service

  • Softwareonderdelen selecteren, slepen en neerzetten op Azure-machines in het blueprintontwerp
  • Software-eigenschappen opgeven in het blueprintontwerp en op het aanvraagformulier
  • Vooraf ingevulde formulieren en vervolgkeuzemenu's

vRealize Orchestrator Control Center RBAC

  • Alle gebruikers kunnen zich aanmelden, niet alleen de rootgebruiker
  • Uitvoering van traceringen en logboeken voor op werkstromen gebaseerde vRealize Automation-aanvragen, op basis van gebruikersrol
  • Problemen met aanvragen op basis van gebruikersrol opsporen
  • Privileges en rollen van vRealize Automation hergebruiken en uitbreiden

Automatisering IT-processen met bijgewerkte ondersteuning van SDDC

  • Alle op het opslagbeleid gebaseerde objecten zijn nu via API toegankelijk in vRealize Orchestrator en vRealize Automation
  • Nieuwe invoegtoepassing voor vCenter Server geleverd bij vRealize Orchestrator
  • Bijgewerkte invoegtoepassingen AMQP, REST en PowerShell

Verbeteringen in vRealize Automation en ServiceNow

  • Weergeven en aanvragen van AWS-catalogusitems van de ServiceNow-portal
  • Naadloze integratie met de governance-engine van ServiceNow
  • Ondersteuning acties CMDB en na inrichting
  • Ondersteund voor vRealize Automation 7.3 en ServiceNow Helsinki en Istanbul

Integratie VMware Admiral

  • Ondersteunt samenwerking tussen cloudbeheerders en ontwikkelingsteams voor traditionele toepassingen, containertoepassingen en hybride toepassingen
  • Maakt een evenwicht mogelijk tussen de operationele bediening van traditionele toepassingen en de flexibiliteit van containers
  • Nieuwe functionaliteiten inclusief ondersteuning persistent volume, verbeterde netwerkfunctionaliteit voor containers en beheer van hosts

Verbeterde functionaliteit voor gebeurtenislogboeken

  • Integratie op systeemniveau met extern, met SYSLOG compatibele logboekbeheersystemen
  • Ondersteunt VMware Log Insight-server
  • Configureerbaar via VAMI en standaard beveiligd
  • Voorgedefinieerde set controleerbare objecten en een optie om de controle in te schakelen voor alle andere opgenomen IaaS-objecttypen

Controlelogboekregistratie standaard ingeschakeld voor de volgende items

  • Materiaalgroepen
  • Endpoints
  • Werkstroomabonnementen
  • Configuratie-API voor de volgende items:
    • Instelling bewaarperiode gebeurtenislogboeken
    • Filteren van bepaalde doeltypen zodat die niet door het gebeurtenislogboek worden verwerkt
    • Verwijdering van oude gebeurtenislogboekberichten uit lokale database

Documentatie bijgewerkt zodat alle nieuwe functionaliteit wordt ondersteund

Systeemvereisten

Zie de Ondersteuningsmatrix voor vRealize Automation voor informatie over de ondersteunde hostbesturingssystemen, databases en webservers.

Installatie

Zie vRealize Automation installeren voor de vereisten en installatie-instructies.

Documentatie

Zie Informatiecentrum voor VMware vRealize Automation 7.3 voor de documentatie van vRealize Automation 7.3.

Voordat u het upgradeproces start

Zie vRealize Automation upgraden voor algemene richtlijnen.

Het hulpprogramma Upgrade-assistentie voor de vRealize Productietest analyseert uw vRealize Automation 6.2.x-omgeving op eventuele functieconfiguraties die upgradeproblemen kunnen veroorzaken en controleert of uw omgeving klaar is voor de upgrade. Ga naar de pagina Product downloaden voor het hulpprogramma voor de VMware vRealize Productietest om dit hulpprogramma te downloaden en voor gerelateerde documentatie.

Gebruik van uw licentie om vRealize Code Stream in te schakelen

Met uw licentie van vRealize Automation kunt u nu vRealize Code Stream voor uw vRealize Automation-omgevingen inschakelen. Met de vRealize Automation-licentie kunt u vRealize Code Stream ontgrendelen zodat u dit kunt gebruiken met het vRealize Code Stream Management Pack for IT DevOps.

Om vRealize Code Stream in te schakelen, moet u beschikken over vRealize Suite Enterprise, vRealize Automation Advanced of vRealize Automation Enterprise, en een nieuwe licentie voor vRealize Automation 7.3.

U moet het vRealize Code Stream Management Pack installeren op een afzonderlijke en specifieke toepassing waarop vRealize Automation en vRealize Code Stream zijn ingeschakeld in een andere modus dan de modus voor hoge beschikbaarheid. Raadpleeg de handleiding Referentie-architectuur voor vRealize Code Stream voor meer informatie. U kunt het vRealize Code Stream Management Pack om de volgende redenen niet installeren in uw bestaande vRealize Automation-productie-instantie:

  • De extra belasting zou een negatief effect kunnen hebben op de prestaties van uw vRealize Automation-productie-instantie.
  • vRealize Code Stream biedt geen ondersteuning voor installatie op een toepassing die is geconfigureerd voor hoge beschikbaarheid. Schakel vRealize Code Stream niet in op een vRealize Automation-instantie in de modus voor hoge beschikbaarheid. In dat geval kan uw vRealize Automation-omgeving namelijk instabiel worden.

Raadpleeg de VMware vRealize Code Stream Management Pack for IT DevOps Installation Guide voor de installatie van het management pack. U kunt deze handleiding downloaden wanneer u het management pack downloadt.

Als u vRealize Code Stream in de installatiewizard van vRealize Automation of in de vRealize Automation-beheerinterface wilt inschakelen, schakelt u het selectievakje vRealize Code Stream inschakelen in.

Als u uw licentie toepast zonder vRealize Code Stream in te schakelen, kunt u vRealize Code Stream later inschakelen. Pas de licentie opnieuw toe en selecteer vRealize Code Stream inschakelen. Nadat u de licentie hebt toegepast, dient u de vRealize Automation-toepassing opnieuw te starten.

Zie voor meer informatie:

Verholpen problemen

  • Het proces voor het maken van aanvankelijke inhoud mislukt tijdens de installatie bij deze stap: Werkstroom voor het maken van configuratie-admingebruiker

    De map /var/log/messages bevat twee verschillende uitvoeringen van het proces voor het maken van een configuratiebeheerder (deze worden gelijktijdig uitgevoerd, aan het nummer achter va-agent.py ziet u dat de processen verschillen): /usr/lib/vcac/agent/va-agent.py[18405]: info Uitvoeren vRO-werkstroom voor maken van configuratiebeheerder... ... /usr/lib/vcac/agent/va-agent.py[18683]: info Uitvoeren vRO-werkstroom voor maken van configuratiebeheerder... Bij de eerste aanroep wordt de configuratiebeheerder gemaakt, en de tweede aanroep veroorzaakt de fout.

  • IaaS-installatieprogramma wordt niet gestart
    Het IaaS-installatieprogramma wordt niet gestart en het volgende bericht wordt weergegeven: “Er is al een nieuwere versie van dit product op deze machine geïnstalleerd.” Dit gebeurt wanneer het msi-pakket van het IaaS-installatieprogramma niet wordt gestart nadat de IaaS-beheeragent handmatig is bijgewerkt naar de nieuwste beschikbare versie.

  • Als u het nieuwe upgrade-shellscript gebruikt in vRealize Automation 7.2, moet u eerst upgraden naar de nieuwste beheeragent

    Als u van plan bent een geautomatiseerde upgrade uit te voeren van de IaaS-onderdelen met het nieuwe upgrade-shellscript, moet u de nieuwste beheeragent gebruiken die beschikbaar is om te downloaden. Gebruik niet de beheeragent die is opgenomen in de virtuele vRealize Automation 7.2-toepassing.

     

  • Gevolgen van beveiligingsupdates voor de Prerequisite Checker
    In deze versie wordt de Prerequisite Checker van de installatiewizard afgebroken als de Microsoft-beveiligingsupdates 3098779 en 3097997 aanwezig zijn. U kunt deze updates echter detecteren met de Prerequisite Checker en ze vervolgens verwijderen met de optie Oplossen. Daarna kunt u de Prerequisite Checker opnieuw uitvoeren op de gebruikelijke wijze.

    Oplossing: Gebruik de installatiewizard om de beveiligingsupdates te verwijderen zodat de Prerequisite Checker goed wordt uitgevoerd. U kunt de updates eventueel ook handmatig verwijderen. Nadat u de wizard hebt uitgevoerd, kunt u de updates 3098779 en 3097997 handmatig opnieuw installeren.

  • Nieuw De gekozen aangepaste achtergrondafbeelding op de aanmeldingspagina ontbreekt na de installatie van vRealize Automation 7.1 of na de upgrade van vRealize Automation 7.0 naar 7.1

    De aangepaste merkvermelding in vRealize Automation 7.0 ontbreekt op de tenantaanmeldingspagina nadat u de upgrade naar vRealize Automation 7.1 hebt uitgevoerd. De opgegeven aangepaste merkvermelding wordt niet weergegeven in een nieuwe installatie van vRealize Automation 7.1.

  • Inrichting gekoppelde kloons mislukt als momentopname niet beschikbaar is

    In eerdere versies zou de inrichting van een blueprint met een gekoppelde kloon met een genoemde momentopname (in tegenstelling tot de huidige momentopname) mislukken als de geselecteerde reservering zich in een ander vCenter bevond dan de oorspronkelijke momentopname, zelfs als de virtual machine van de sjabloon en de momentopname waren gekloond naar het doel-vCenter. De eerdere oplossing was reserveringsbeleidsregels zo in te stellen dat de blueprint alleen in het oorspronkelijke vCenter kon worden ingericht. Het onderliggende probleem is opgelost, dus blueprints met gekoppelde klonen kunnen nu worden ingericht in elke dynamisch geselecteerde reservering die toegang heeft tot een momentopname met dezelfde naam als de momentopname die in de blueprint is gespecificeerd. U kunt deze oplossing toepassen op bestaande gekoppelde blueprints met klonen door de blueprint in het blueprintontwerp te openen en deze op te slaan. U hoeft de blueprint niet handmatig te bewerken.

  • Sommige internationale toetsenbordtoewijzingen worden niet ondersteund op een externe console

    De VMWare HTML Console SDK is bijgewerkt naar versie 2.1, die ondersteuning toevoegt voor aanvullende toetsenbordtoewijzingen, gedocumenteerd in de versie-informatie voor HTML Console SDK.

Bekende problemen

De bekende problemen zijn als volgt gegroepeerd.

Upgrade
  • Een migratie kan mislukken bij het synchroniseren van reserveringen van de IaaS-database naar de PostgreSQL-database

    Bij het mislukken wordt de volgende foutmelding gegenereerd: time-out tijdens lezen.

    Oplossing: Zie het Knowledge Base-artikel 2149882.

  • CPU wordt extra belast na upgrade van vRealize Automation 7.1 of 7.2 naar 7.3

    Wanneer u vRealize Automation 7.1 of 7.2 upgradet naar 7.3, wordt dubbele invoer toegevoegd aan de tabel DynamicOps.Repository.WorkflowSchedules in de IaaS-database. De dubbele schema's zijn voor metriekwerkstromen. Na de upgrade wordt de CPU-belasting op het systeem verhoogd door meerdere metriekwerkstromen die tegelijkertijd dezelfde berekeningen uitvoeren.

    Oplossing: Geen.

  • Het toevoegen van een nieuwe virtuele server aan een bestaande load balancer op aanvraag in een implementatie mislukt  

    Wanneer u een nieuwe virtuele server aan een bestaande load balancer op aanvraag toevoegt in een implementatie geüpgraded van een eerdere versie van vRealize Automation 7.x, mislukt de toevoeging als dit de eerste herconfigureringsactie op de load balancer is sinds de upgrade. Het mislukken genereert de foutcode: 14623 met betrekking tot “dubbele poorten”. Dit mislukt omdat het systeem een standaardinstelling uit eerdere versies opslaat. Deze fout is niet van invloed op andere zaken in het systeem. Als u voor vRealize Automation 7.3-implementaties vraagt om een virtuele server aan een load balancer toe te voegen en tegelijkertijd een wijziging in een andere virtuele server aanbrengt, mislukt de aanvraag en wordt dezelfde fout gegenereerd. 

    Oplossing: Voor geüpgradede implementaties: Voer een herconfigureringsactie op de load balancer uit en bewerk een instelling op een van de virtuele servers. Hiermee lost u het probleem op dat het systeem de standaardinstelling uit eerdere versies opslaat. U kunt dit ook doen op load balancers die van eerdere versies zijn geüpgraded of op load balancers waarop dezelfde fout voorkomt.

    Voor geüpgradede load balancers en load balancers die in 7.3 zijn geïmplementeerd, mag u geen virtuele server bewerken terwijl u in dezelfde aanvraag een virtuele server toevoegt. U voorkomt deze fout door de bewerkingsactie en de toevoegingsactie in afzonderlijke aanvragen uit te voeren.

  • Nieuw Er ontbreken endpoints na de upgrade naar vRealize Automation 7.3

    Na een geslaagde upgrade naar vRealize Automation 7.3 worden op de pagina Endpoints in de vRealize Automation-console niet alle endpoints weergegeven.

    Oplossing: Zie het Knowledge Base-artikel 2150252.

  • Nieuw Kan CSV-bestand voor bulkimport niet genereren vanwege dubbele vermeldingen

    Nadat u zich hebt aangemeld bij de vRealize Automation-console en Infrastructuur > Beheer > Bulkimports hebt geselecteerd, verschijnt het volgende foutbericht wanneer u op CSV-bestand genereren klikt: "Er is een fout opgetreden. Voor meer informatie raadpleegt u de gebeurtenislogboeken op de IaaS-server of neemt u contact op met uw systeembeheerder." In de gebeurtenislogboeken van de Windows IaaS-machine ziet u vermeldingen die er ongeveer als volgt uit zien: "System.ArgumentException: Een item met dezelfde sleutel is al toegevoegd." Dit probleem treedt op wanneer de query voor het ophalen van blueprints voor bulkimport dubbele vermeldingen retourneert.

    Oplossing: Gebruik het hulpprogramma cloudutil.exe om het CSV-bestand te genereren door de volgende stappen uit te voeren.

    1. Download cloudutil.exe van de Windows Installer-downloadpagina op de vRealize Automation-toepassing: https://vra-va-hostname.domain.name:5480/installer/. CloudUtil is de opdrachtregelinterface voor vRealize Automation Designer. U voert de opdrachten uit op de Windows-machine waarop het ontwerpprogramma wordt uitgevoerd. De standaardlocatie voor de installatie op een Windows-machine is C:\Program Files (x86)\VMware\vCAC\vRealize Automation Designer.
    2. Genereer het CSV-bestand door de volgende opdracht uit te voeren: CloudUtil.exe Machine-BulkRegisterExport
  • Nieuw Wanneer u vRealize Automation 7.3 upgradet vanuit een omgeving die geïntegreerd is met de huidige versie van vRealize Business, wordt 'niet beschikbaar' weergegeven voor de kostengegevens voor alle catalogusitems in de vRealize Automation-console

    Dit is een tijdelijk probleem dat wordt opgelost wanneer u upgradet naar de nieuwste versie van vRealize Business.

    Oplossing: Upgraden naar vRealize Business for Cloud 7.3.0.

    U kunt de kostengegevens voor virtual machines van vRealize Automation nog steeds bekijken in rapporten en andere gedeelten van vRealize Business.

  • Nieuw Nadat u WEBDAV hebt verwijderd als een van de vereisten voor het upgraden van een 2012 R2 IaaS-computer, wordt in de configuratiewizard het bericht InternalServerError weergegeven.

    Dit bericht wordt weergegeven, omdat de app-groep van de opslagplaats is gestopt: "Distributed Execution Manager kan niet worden geüpgraded, omdat deze verwijst naar een Model Manager-webhost :443 die niet kan worden gevalideerd. U moet deze fout oplossen voordat u de upgrade opnieuw uitvoert: Model Manager-webservice is geïnstalleerd op host :443, maar is niet actief. Statuscode van HTTP-webrespons: InternalServerError."

    Oplossing: Ga naar de toepassingsgroepen op de IIS-server, start de app-groep van de opslagplaats en ga door met de upgrade.

  • Nieuw Wanneer u een geclusterde vRealize Automation-omgeving hebt geüpgraded, is een van de Xenon-knooppunten niet actief

    Tijdens de upgrade wordt een van de vRrealize Automation-knooppunten niet gestart.

    Oplossing: Controleer de status van elk knooppunt op het tabblad Xenon in de beheerconsole. Als een van de knooppunten niet actief is, start u dit handmatig. U kunt ook een SSH-verbinding met elk knooppunt openen en ’service xenon-service status’ uitvoeren. Als het knooppunt niet actief is, voert u ‘service xenon-service start’ uit.

  • Nieuw Wanneer u een IaaS-websiteonderdeel handmatig installeert, geeft het oude IaaS-installatieprogramma een foutmelding over een certificaatvalidatie.

    Het foutbericht wordt weergegeven wanneer u op Volgende klikt op de pagina voor de aangepaste installatie van de IaaS-server, waarbij het websiteonderdeel is geselecteerd. Dit foutbericht is een fout-positieve melding en wordt ook weergegeven wanneer u de juiste optie selecteert. De fout voorkomt dat het vRealize Automation 7.3 IaaS-websiteonderdeel wordt geïnstalleerd.

    Oplossing: Zie het Knowledge Base-artikel 2150645.

  • Nieuw Er treden problemen op tijdens de migratie of upgrade van vRealize Automation met een externe vRealize Orchestrator 7.4 met basisverificatie

    Er treden problemen op, omdat vRealize Orchestrator 7.4 over multitenancy beschikt en geen verbindingen voor basisverificatie ondersteunt. 

    Oplossing: Stel in het Control Center de vRealize Orchestrator-toepassing zo in dat vRealize Automation wordt gebruikt als verificatieprovider. Gebruik in vRealize Automation Single Sign-On voor de serverconfiguratie van vRealize Orchestrator. 

    Basisverificatie wordt alleen ondersteund als u Orchestrator 7.4 in het vRealize Orchestrator Control Center zo configureert dat de vSphere-verificatiemodus wordt gebruikt. Wanneer u dit doet, wordt vRealize Orchestrator-multitenancy niet ondersteund.

Configuratie en inrichting
  • Wanneer een gebruiker herconfiguratie van het netwerkpad van een machine aanvraagt en het oorspronkelijke netwerkpad niet is geselecteerd in de reservering van de machine, lijkt de aanvraag te lukken en verwijdert vRealize Automation ongemerkt de opgeslagen netwerkkaart van de machine uit de database. Er wordt geen wijziging aangebracht in de daadwerkelijke machine.

    Het herconfigureren van het netwerkpad van een machine wanneer het oorspronkelijke netwerkpad niet is geselecteerd in de reservering van de machine, wordt niet ondersteund. Het is de bedoeling dat elke aanvraag hiertoe zal mislukken, met een relevante foutmelding. In plaats daarvan lijkt deze te lukken en wordt de opgeslagen netwerkkaart van de machine ongemerkt uit de vRealize Automation-database verwijderd. Dit heeft geen invloed op de daadwerkelijke machine.

    Oplossing: Geen. De weergave door vRealize Automation van de machine met betrekking tot de opgeslagen netwerkkaart wordt in de oorspronkelijke staat hersteld wanneer de gegevensverzameling de volgende keer wordt uitgevoerd voor het relevante cluster.

  • Na een failover van de vRealize Appliance wordt de statuspagina mogelijk traag geladen

    Als de statuspagina open is voordat de failover van de vRealize Appliance wordt uitgevoerd, kan het wel 15 minuten duren voordat de pagina voor het eerst na de failover wordt geladen.

    Oplossing: Herstel de functionaliteit van de eerste toepassing of start de service van de vcac-server opnieuw op in de lopende toepassing.

  • Prijs voor een implementatie is niet nauwkeurig wanneer de blueprint een imageonderdeelprofiel bevat

    Wanneer een imageonderdeelprofiel is geselecteerd in de ontwerpfase, is de grootte van de kloonschijf onbekend wanneer de gebruiker een machine aanvraagt. Wanneer de gebruiker de prijs van een machine opvraagt, is de weergegeven prijs niet nauwkeurig. In de prijs is de kloonschijf in de sjabloon die als onderdeel van het imageonderdeelprofiel is geselecteerd, niet opgenomen.

    Oplossing: Wanneer een gebruiker een catalogusitem opvraagt, worden de implementatiekosten door vRealize Business gecorrigeerd nadat vRealize Business de grootte van de kloonschijf die de machine gebruikt, omvat.

  • Een vernietigingsbewerking uitgevoerd aan een lid van een cluster voorkomt dat opschaal- of neerschaalbewerkingen naar verwachting functioneren

    Wanneer u handmatig een machine vernietigt die deel uitmaakt van een cluster dat uit meerdere machines bestaat, kunt u niet langer opschaal- en neerschaalbewerkingen uitvoeren na de inrichting. U introduceert een niet-overeenkomend aantal items wanneer u handmatig één lid van een cluster vernietigt met de vernietigingsactie op de machine. Bij een niet-overeenkomend aantal items wordt er bij een neerschaalbewerking vanuit gegaan dat de vernietigde machine nog steeds deel uitmaakt van het cluster. Hierdoor wordt tijdens een neerschaalbewerking voorkomen dat een deel van, of alle benodigde machines worden toegevoegd. Als het aantal machines 1 afwijkt en de clusterlimiet 5 is, kunnen er maximaal 4 daadwerkelijke virtuele machines en 1 fantoommachine zijn. Bij een schaalbewerking die wordt uitgevoerd, zou het kunnen dat de samenstellingsservice probeert te schalen naar één machine, wat leidt tot de vernietiging van alle leden van het cluster.

    Oplossing: Voor implementaties waarin op- of neerschaalbewerkingen zijn ingeschakeld, mag u vernietigingsacties niet toestaan. Hiermee voorkomt u dat het aantal items niet meer overeenkomt. Als u denkt dat uw implementatie een machine in een cluster bevat die handmatig is vernietigd, kan een beheerder dit controleren door het aantal clusterleden te tellen dat wordt weergegeven op de pagina Implementaties. Als er een cluster is waarvoor een virtual machine is vernietigd, dient u de implementatie opnieuw te implementeren en vernietigingsacties niet meer toe te staan in de opnieuw geïmplementeerde implementatie.

  • Implementaties met meerdere load balancers geven het aantal virtuele services voor de load balancers onjuist weer

    In implementaties waarin meerdere load balancers zijn geïmplementeerd in vRealize Automation 7.2 of eerder, geeft elke load balancer virtuele servers weer uit alle load balancers die in de implementatie aanwezig zijn.

    Oplossing: Geen.

  • Kan regel voor het doorsturen van NAT-poorten niet toevoegen aan een geïmplementeerd NAT-netwerk op aanvraag dat aan een IPAM-provider van derden is gekoppeld

    Wanneer u een regel voor het doorsturen van NAT-poorten toevoegt door na inrichting de actie NAT-regels wijzigen te gebruiken op een geïmplementeerd NAT-netwerk op aanvraag dat is gekoppeld aan een IPAM-provider van derden, worden in het vervolgkeuzemenu voor het veld Onderdeel geen gegevens weergegeven en kunnen er geen nieuwe gegevens worden geaccepteerd. U kunt hierdoor geen nieuwe regel toevoegen.

    Oplossing: Geen.

  • Als een gekoppelde eigenschap is geconfigureerd om te worden doorgegeven aan een softwarescript van Windows CMD, wordt de gekoppelde eigenschap tijdens de uitvoeringstijd niet ontvangen door het script

    Het doorgeven van gekoppelde invoereigenschappen aan een softwarescript van Windows CMD wordt niet ondersteund. Alle andere typen softwarescripts, zoals bash of Windows PowerShell, ondersteunen het doorgeven van eigenschappen aan softwarescripts als een reeks waarden, maar Windows CMD ondersteunt het argument array (argv) type niet.

    Oplossing: Geen.

  • Nadat u een succesvolle testverbinding hebt opgezet en het endpoint hebt opgeslagen met een geldige vingerafdruk, bevatten de logboekbestanden van de vSphere-agent of van DEM foutmeldingen over een gesloten verbinding, het feit dat het niet mogelijk is een vertrouwensrelatie op te zetten of dat een extern certificaat ongeldig is.

    In vRealize Automation 7.3 is voor vSphere- en NSX-endpoints de validatie van certificaten ingeschakeld. Bij deze endpoints kunt u niet langer een niet-vertrouwd certificaat gebruiken. Hoewel u met de knop Testverbinding de certificaatvingerafdruk op deze endpoints kunt valideren, als het certificaat zo wordt gegenereerd dat het basiscertificaat in de certificaatketen niet automatisch wordt ondertekend, kan het certificaatvalidatieproces voor deze twee endpoints mislukken en een functionele fout opleveren bij de acties gegevensverzameling, inrichting of na inrichting.

    Oplossing:

    Voor vSphere

    Download het basiscertificaat in de certificaatketen voor het endpoint.

    • Zie http://kb.vmware.com/kb/2108294 voor vCenter endpoint 6.0 of later.
    • Download voor vCenter endpoint 5.5 of eerder het BASIS-certificaat uit het certificeringspad voor het endpointcertificaat.

    Voer deze stappen uit.

    1. Download eerst het endpointcertificaat door rechtstreeks in de browser naar het endpoint te gaan.
    2. Ga naar het certificeringspad om naar het basiscertificaat te gaan.
    3. Download het basiscertificaat in de keten.
    4. Installeer het certificaat in de vertrouwde hoofdopslag van de agent- en DEM-machines.


    Voor het NSX-endpoint

    1. Download het endpointcertificaat door rechtstreeks in de browser naar het endpoint te gaan.
    2. Ga naar het certificeringspad om naar het basiscertificaat te gaan.
    3. Download het basiscertificaat in de keten.
    4. Installeer het certificaat in de vertrouwde hoofdopslag van de DEM-machines.
  • Nieuw De actie na inrichting Load balancer herconfigureren mislukt voor een blueprint die is geïmporteerd vanuit YAML

    Wanneer u de actie na inrichting Load balancer herconfigureren uitvoert voor een implementatie, mislukt deze soms. Dit is het geval wanneer de blueprint die is gekoppeld aan de implementatie geïmporteerd is uit een YAML-bestand dat een load balancer op aanvraag bevat waarvan het naamveld een andere waarde bevat dan het ID-veld.

    Oplossing: Geen.

    Voer de volgende stappen uit om de blueprint te corrigeren, zodat in toekomstige implementaties acties na inrichting kunnen worden uitgevoerd op de load balancer.

    1. Selecteer in de vRealize Automation-console de blueprint waarbij de waarden in de naam- en ID-velden niet overeenkomen.
    2. Klik op Bewerken en voer de naam van het onderdeel van de load balancer opnieuw in.
    3. Sla de blueprint op. Hierdoor worden de naam- en ID-waarden die zijn ingesloten in de blueprint ingesteld op dezelfde waarde.

    Wanneer u een nieuwe implementatie inricht met gebruikmaking van de bewerkte blueprint, werkt de actie Load balancer herconfigureren. U kunt dit probleem vermijden door ervoor te zorgen dat in elke component van een load balancer op aanvraag in alle YAML-bestanden dezelfde waarden zijn vermeld bij de naam- en ID-velden.

  • Nieuw Het openen van een beveiligde HTTP-verbinding met de vRealize Automation-toepassing met het Tls1.0-protocol wordt nog steeds ondersteund op poorten 443 en 8283

    Het TLS1.0-protocol voor SSL wordt nog steeds ondersteund als u een verbinding opent of een API-aanroep uitvoert naar de vRealize Automation-toepassing op poort 443 voor de vRealize Automation-server, vRealize Orchestrator-server of de vIDM-server of op poort 8283 voor de vRealize Orchestrator-configuratieserver.

    Oplossing:

    Opmerking: De volgende oplossing voor het uitschakelen van TLS1.0 kan tijdelijk worden gebruikt en moet niet worden toegepast tijdens de upgrade. Als TLS1.0 wordt uitgeschakeld door deze oplossing, kan de upgradelogica voor deze toepassing worden verbroken. De klant kan het beste wachten op een officiële versie met de oplossing voor het uitschakelen van het TLS1.0-protocol.

    1. Open een SSH-sessie op de vRealize Automation-mastertoepassing in de implementatie. Als uw omgeving één vRealize Automation-toepassing heeft, opent u een SSH-sessie voor deze toepassing.

    2. Bewerk de volgende bestanden:

    /etc/haproxy/conf.d/20-vcac.cfg

    frontend https-in

    ...

    - bind 0.0.0.0:443 ssl crt /etc/apache2/server.pem ciphers !aNULL:kECDH+AESGCM:ECDH+AESGCM:RSA+AESGCM:kECDH+AES:ECDH+AES:RSA+AES:@STRENGTH no-sslv3

    + bind 0.0.0.0:443 ssl crt /etc/apache2/server.pem ciphers !aNULL:!eNULL:kECDH+AESGCM:ECDH+AESGCM:RSA+AESGCM:kECDH+AES:ECDH+AES:RSA+AES:@STRENGTH no-sslv3 no-tlsv10

    ...

    /etc/haproxy/conf.d/30-vro-config.cfg

    frontend https-in-vro-config

    ...

    - bind :::8283 v4v6 ssl crt /opt/vmware/etc/lighttpd/server.pem ciphers TLSv1+HIGH:!aNULL:!eNULL:!3DES:!RC4:!CAMELLIA:!DH:!kECDHE:@STRENGTH no-sslv3

    + bind :::8283 v4v6 ssl crt /opt/vmware/etc/lighttpd/server.pem ciphers TLSv1+HIGH:!aNULL:!eNULL:!3DES:!RC4:!CAMELLIA:!DH:!kECDHE:@STRENGTH no-sslv3 no-tlsv10

    ...

    3. Voer het volgende uit: service haproxy restart

    4. Voer het volgende uit: /usr/sbin/vcac-config cluster-config-ping-nodes --services haproxy

    Nu bieden uw vRealize Automation-toepassingen geen ondersteuning meer voor TLS1.0 voor beveiligde verbindingen op poorten 443 en 8283.

  • Nieuw  Bij het gebruik van een dubbele punt (:) als scheidingsteken in een YAML-bestand wordt het scheidingsteken verkeerd geïnterpreteerd wanneer u een Windows-containerblueprint maakt

    Dit probleem treedt op wanneer u een blueprint met een containervolume maakt waarbij zowel het pad van de container als van de de host een Windows-stationsletter met een dubbele punt bevat, zoals D:/DBFILES/:c:/temp/. Als u de blueprint opslaat en vervolgens opent, wordt de waarde van de container- en hostpaden niet goed herkend omdat de eerste dubbele punt van de stationsletter abusievelijk als scheidingsteken wordt geïnterpreteerd.

    Oplossing: Geen.

  • Nieuw De actie na inrichting NAT-regels wijzigen mislukt voor een blueprint die is geïmporteerd vanuit YAML

    Wanneer de actie na inrichting NAT-regels wijzigen wordt geactiveerd op een implementatie, mislukt deze met de volgende fout: Kan updateverzoek voor implementatie niet activeren [{Kon huidige componentstatus voor nat1 niet vaststellen}]. Dit gebeurt wanneer de blueprint die is gekoppeld aan de implementatie is geïmporteerd uit een YAML-bestand dat een NAT-netwerk op aanvraag bevat met niet-identieke waarden in de naam- en ID-velden.

    Oplossing: Geen. Ga als volgt te werk om de blueprint te corrigeren.

    1. Bewerk de gekoppelde blueprint in de vRealize Automation-console en selecteer het gewenste bovenliggende netwerkprofiel voor het NAT-netwerk op aanvraag opnieuw.
    2. Sla de blueprint op.

    Hierdoor worden de naam- en ID-waarden die zijn ingesloten in de blueprint ingesteld op dezelfde waarde. Wanneer u een nieuwe implementatie inricht met gebruikmaking van de blueprint, werkt de actie NAT-regels wijzigen. U kunt dit probleem vermijden door ervoor te zorgen dat in elke component van een NAT-netwerk op aanvraag in alle YAML-bestanden dezelfde waarden zijn opgegeven bij de naam- en ID-velden.

  • Nieuw De downloadkoppelingen op de pagina met installatieprogramma's voor de gast- en softwareagent voor de Java Runtime Environment van Linux werken niet

    In de sectie 'Linux Software Installers' worden de volgende koppelingen weergegeven.

    • vmware-jre-1.8.0_121-fcs.i586.rpm
    • vmware-jre-1.8.0_121-fcs.x86_64.rpm

    Wanneer u op een van deze koppelingen klikt, wordt een nieuwe pagina geopend met de fout HTTP-status 404 – Niet gevonden

    Oplossing:

    Als u deze RPM-bestanden wilt downloaden, doet u het volgende;

    1. Klik op de koppeling en vervang de bestandsnaam in de URL in het adresveld van de browser.

    • Vervang vmware-jre-1.8.0_121-fcs.i586.rpm door vmware-jre-1.8.0_121-fcs_b31.i586.rpm.
    • Vervang vmware-jre-1.8.0_121-fcs.x86_64.rpm door vmware-jre-1.8.0_121-fcs_b31.x86_64.rpm.

    Bijvoorbeeld:

    • https://va-hostname.domain.name​ /software/download/vmware-jre-1.8.0_121-fcs_b31.x86_64.rpm
    • https://va-hostname.domain.name /software/download/vmware-jre-1.8.0_121-fcs_b31.i586.rpm

    2. Druk op Enter.

    De bestanden worden nu gedownload (hoewel de foutmelding nog steeds wordt weergegeven in de browser).

Documentatie
  • Nieuw De procedure voor het definiëren van de instellingen voor de virtuele-serverdistributie bevat een niet-ondersteund patroon voor HTTPS-verkeer

    De procedure Instellingen voor virtuele-serverdistributie definiëren bevat de volgende substap.

    Selecteer de SSL-sessie-id om een van de volgende ondersteunde HTTPS-verkeerspatronen te ondersteunen:

    • SSL-passthrough - client -> HTTPS -> LB (SSL beëindigen) -> HTTPS -> server
    • Client: HTTP-> LB -> HTTP -> servers

    Als u het patroon Client - HTTP selecteert, gebruikt het systeem in plaats hiervan het verkeerspatroon SSL-passtrough - client. vRealize Automation ondersteunt het verkeerspatroon Client - HTTP niet.

    Oplossing. Selecteer het verkeerspatroon Client - HTTP niet.

Voorgaande bekende problemen

Als u een lijst met voorgaande bekende problemen wilt weergeven, klikt u hier.

De eerdere bekende problemen zijn als volgt gegroepeerd.

    Installatie
    • Databaseconfiguratie mislukt tijdens nieuwe installatie van vRealize Automation 7.2 op Windows-versie met Turkse taal
      Als op de IaaS-server de Windows-versie met Turkse taal wordt uitgevoerd, mislukt de installatiewizard van vRealize Automation tijdens de configuratie van de database en wordt het volgende foutbericht weergegeven: MSB3073.

      Oplossing: Dit probleem wordt naar verwachting opgelost in een toekomstige release.

    • vRealize Automation 7.1 biedt geen ondersteuning voor de Microsoft SQL 2016 130-modus
      De Microsoft SQL 2016-database die is gemaakt tijdens de installatie van de vRealize Automation-wizard, bevindt zich in de 100-modus. Als u handmatig een SQL 2016-database maakt, moet deze zich ook in de 100-modus bevinden. Voor gerelateerde informatie raadpleegt u het Microsoft-artikel Voorwaarden, beperkingen en aanbevelingen voor beschikbaarheidsgroepen die altijd aan zijn (mogelijk in het Engels).

    • De pagina voor de vRealize Automation-toepassing wordt niet goed geladen
      Als Internet Explorer 11 wordt gebruikt in Windows 2012 R2, wordt de webinterfacepagina voor de vRealize Automation-toepassing niet correct geladen.

      Oplossing: Gebruik een andere browser om de webinterfacepagina voor vRealize Automation te openen.

    Upgrade
    • Migratie vRealize Automation van 6.x naar 7.2 mislukt als er in de doelomgeving van 7.2 een andere beheergroep voor vRealize Orchestrator als standaardgroep is ingesteld

      De standaardbeheergroep van vRealize Orchestrator, vsphere.local/vcoadmin, mag niet worden gewijzigd in het Control Center van vRealize Orchestrator voordat de migratie plaatsvindt.

      Oplossing: Zie het Knowledge Base-artikel 2148669.

    • STOMP-client kan geen verbinding tot stand brengen nadat tcServer is geüpgraded naar versie 3.2
      In vRealize Automation 7.2 ondersteunt de IaaS Manager-service alleen REST-polling als verbindingsmechanisme bij de communicatie met de gebeurtenisbrokerservice. De configuratie-instelling Extensibility.Client.RetrievalMethod wordt genegeerd.

    • Als telemetrie is uitgeschakeld voordat u vRealize Automation versie 6.2.4 of 6.2.5 upgradet naar versie 7.2, wordt op het tabblad voor telemetrie in de beheerconsole van de vRealize Automation-toepassing mogelijk een fout weergegeven
      Het volgende bericht kan worden weergegeven na de upgrade: Fout: Kan volgende uitvoeringstijd niet vaststellen. Schakel telemetrie weer in of uit. Dit bericht wordt weergegeven omdat er geen telemetriegegevens worden verzameld, dus kan het systeem geen juiste volgende uitvoeringstijd vaststellen. In dit geval kunnen er geen telemetriefuncties worden uitgevoerd.

      Oplossing: Schakel telemetrie in of uit met het selectievakje Deelnemen aan het programma ter verbetering van de klantervaring van VMware en klik op Instellingen opslaan.

    • Migratie van systeemeigen Active Directory mislukt met fouten
      Momenteel draagt het SSO-migratieprogramma geen geautomatiseerde, systeemeigen Active Directory over gedurende het vRealize Automation-migratieproces.

      Oplossing: Als u de systeemeigen Active Directory handmatig configureert en start, kunt u Active Directory succesvol migreren. U moet dit pas uitvoeren als u het vRealize Automation-migratieproces hebt voltooid.

    • IaaS-knooppuntmigratie van vRealize Automation 6.2.4 naar 7.1 mislukt als de instantienaam van de PostgreSQL-server niet-ASCII-tekens bevat

      Oplossing: Gebruik de omgeving voor vRealize Automation-migratie met back-upprocedure voor een IaaS-database om uw vRealize Automation 6.2.4-omgeving naar 7.1 te migreren.

    • De configuratie van IaaS Management Agent is beschadigd na een upgrade van vRealize Automation 6.2.3 of vroegere hoge-beschikbaarheidsomgeving naar 7.1.
      Na upgrade van vRealize Automation 6.2.2 naar 7.1, kan de IaaS Management Agent niet worden gestart. Een foutbericht meldt een ontbrekende knooppunt-ID in het configuratiebestand van Management Agent.

      Oplossing: Zie het Knowledge Base-artikel 2146550.

    • In een geüpgrade implementatie mislukt het in- en uitschalen
      Acties voor in- en uitschalen worden niet ondersteund voor implementaties met bulkimport en implementaties die zijn geüpgraded van vRealize Automation 6.x.

      Oplossing: Er is geen oplossing. Acties voor in- en uitschalen worden na de upgrade ondersteund voor nieuwe implementaties op basis van blueprints.

    • Er verschijnt een foutmelding wanneer u zich aanmeldt bij de beheerconsole van vRealize Automation
      U hebt zich op de juiste manier aangemeld en ziet vervolgens de foutmelding "Ongeldige reactie van server. Probeer het opnieuw." Dit probleem wordt veroorzaakt door de cache van de browser.

      Oplossing: Meld u af, wis de inhoud van de browsercache en meld u opnieuw aan.

    • Sommige blueprints kunnen niet volledig worden geüpgraded omdat de catalogusbronnen niet goed worden bijgewerkt
      Geüpgrade blueprints voor meerdere machines die instellingen voor netwerken op aanvraag of instellingen voor load balancers op aanvraag bevatten, beschikken na de upgrade naar vRealize Automation 7.x mogelijk niet over hun volledige functionaliteit.

      Oplossing: Verwijder na de upgrade de implementaties van de blueprints voor meerdere machines en maak ze vervolgens opnieuw. Voer al het bijbehorende NSX Edge-opschoningswerk uit in NSX.

    • Bij de upgrade van vRealize Automation 6.2.0 naar 7.0 mislukt de vPostgres-upgrade en verschijnt een foutmelding
      Als de RPM-database van het systeem is beschadigd, verschijnt tijdens de upgrade de volgende foutmelding: Kan de updates niet installeren (Fout bij het uitvoeren van voorinstallatiescripts).

      Oplossing: Voor meer informatie over het herstellen van een beschadigde RPM-database raadpleegt u het artikel "RPM Database Recovery" op de RPM-website RPM. Voer de upgrade opnieuw uit als u het probleem hebt opgelost.

    • Bij het uitvoeren van de Prerequisite Checker mislukt de Checker met een waarschuwing over RegistryKeyPermissionCheck, maar de instructies om deze fout te herstellen, werken niet tijdens de installatie
      De Prerequisite Checker wordt afgebroken omdat de gebruikersnaam hoofdlettergevoelig is.

      Oplossing: Wijzig tijdelijk de naam van de gebruiker die u hebt opgegeven om de beheeragentservice op de Windows-computer uit te voeren, in de naam van een andere gebruiker en voer vervolgens opnieuw de naam van de oorspronkelijke gebruiker in met de juiste hoofd- en kleine letters voor de gebruikersnaam.

    • Er verschijnt een foutmelding over naamvalidaties bij het upgraden van de Manager Service en het DEM Orchestrator-systeem, en de Model Manager-Webhost kan niet worden gevalideerd
      Als in het bestand ManagerService.exe.config de naam van de load balancer wordt gewijzigd, verschijnt de volgende foutmelding:
      Distributed Execution Manager "NAAM" kan niet worden geüpgraded omdat deze verwijst naar Model Manager-Webhost "xxxx.xxxx.xxxx.net:443", die niet kan worden gevalideerd. U moet deze fout oplossen voordat u de upgrade opnieuw uitvoert: Kan Model Manager-Webhost niet valideren. Het externe certificaat is ongeldig volgens de validatieprocedure.

      Oplossing: Wijzig het configuratiebestand ManagerService.exe.config op de volgende manier. De standaardlocatie is C:\Program Files (x86)\VMware\vCAC\Server\ManagerService.exe.config.
      Wijzig de registerwaarden van alle DEM-instanties. De DEM-instanties van de volgende registervermeldingen moeten bijvoorbeeld worden bijgewerkt.

      [HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\Wow6432Node\VMware, Inc.\VMware vCloud Automation Center DEM\DemInstanceId02]
      "Name"="DEM"
      "Role"="Worker"
      "RepositoryAddress"="https://hostnaam:443/repository/"

      [HKEY_LOCAL_MACHINE\SOFTWARE\Wow6432Node\VMware, Inc.\VMware vCloud Automation Center DEM\DemInstanceId03]
      "Name"="DEO"
      "Role"="Orchestrator"
      "RepositoryAddress"="https://hostnaam:443/repository/"

    • Gevolgen van beveiligingsupdates voor achtergrondinstallaties
      In deze versie verhinderen de Microsoft-beveiligingsupdates 3098779 en 3097997 de juiste werking van de nieuwe functie voor achtergrondinstallaties. Deze updates hebben ook een negatief effect op de Prerequisite Checker van de installatiewizard.

      Oplossing: U moet de updates voorafgaand aan de installatie op de achtergrond, handmatig verwijderen van de IaaS Windows-servers. Na afloop van de achtergrondinstallatie kunt u de updates 3098779 en 3097997 dan handmatig opnieuw installeren.

    Configuratie en inrichting
    • Inrichting van Azure virtual machine mislukt als de brongroepnaam niet-ascii-tekens bevat

      Oplossing: Gebruik geen niet-ascii-tekens in een brongroepnaam.

    • Verzameling van statusgegevens retourneert alleen de primaire IP

      Dit gedrag kan invloed hebben op de mogelijkheid om Verbinding maken via RDP of Verbinding maken via SSH te gebruiken of het registeren van een virtual machine als containerhost in de containerservice en andere functies waarvoor toegang tot een virtual machine met gebruikmaking van het IP-adres van de virtual machine vereist is.

      Oplossing: Dit probleem wordt naar verwachting opgelost in een toekomstige release.

    • Intern foutbericht wordt weergegeven wanneer u een Azure-machine toevoegt aan een blueprint op het tabblad Ontwerpen
      Wanneer u een externe vRealize Orchestrator-server gebruikt met vRealize Automation, is Microsoft Azure-integratie niet beschikbaar.

      Oplossing: Exporteer de Azure-invoegtoepassing en het pakket van de interne vRealize Orchestrator op uw virtuele vRealize Automation-toepassing en installeer of importeer de invoegtoepassing en het pakket in uw externe vRealize Orchestrator. Nadat u de Azure-invoegtoepassing hebt geïnstalleerd of het Azure-pakket hebt geïmporteerd in uw externe vRealize Orchestrator, wordt Microsoft Azure ondersteund in uw vRealize Automation-omgeving.

      1. Meld u aan bij het vRealize Orchestrator Control Center voor de interne vRealize Orchestrator op uw virtuele vRealize Automation-toepassing. Zie Aanmelden bij de configuratie-interface van vRealize Orchestrator voor instructies.
      2. Klik onder Invoegtoepassingen op Invoegtoepassingen beheren.
      3. Zoek naar de Azure-invoegtoepassing en klik met de rechtermuisknop op Invoegtoepassing downloaden in DAR-bestand. Sla het bestand op uw computer op.
      4. Meld u aan bij het vRealize Orchestrator Control Center voor uw externe vRealize Orchestrator. Zie Aanmelden bij de configuratie-interface van vRealize Orchestrator voor instructies.
      5. Klik onder Invoegtoepassingen op Invoegtoepassingen beheren.
      6. Klik onder Invoegtoepassing installeren op Bladeren en zoek naar het Azure DAR-bestand dat u hebt gedownload naar uw computer.
      7. Klik op Installeren. Klik opnieuw op Installeren als u daarom wordt gevraagd.
      8. Klik in het Control Center onder Opstartopties op Opnieuw opstarten om de installatie van de nieuwe invoegtoepassing te voltooien.
      9. Start al uw virtuele vRealize Automation-toepassingen tegelijk opnieuw op.
        De functionaliteit van Microsoft Azure-integratie is nu hersteld.


      Als de integratie niet goed werkt na het opnieuw opstarten, controleert u of het Azure-pakket com.vmware.vra.endpoint.azure aanwezig is in de externe vRealize Orchestrator. Als het Azure-pakket niet aanwezig is, voltooit u deze stappen.

      1. Meld u aan bij uw interne vRealize Orchestrator-client op uw virtuele vRealize Automation-toepassing.
      2. Exporteer het Azure-pakket com.vmware.vra.endpoint.azure. Zie Een pakket exporteren voor instructies.
      3. Meld u aan bij de vRealize Orchestrator-client voor uw externe vRealize Orchestrator.
      4. Importeer het Azure-pakket com.vmware.vra.endpoint.azure in uw externe vRealize Orchestrator. Zie Een pakket importeren voor instructies.

       

    • Gelijktijdige XaaS-catalogusaanvragen die de werkstroom 'Virtual machine klonen, geen aanpassing' met 30 gebruikers aanroepen, zorgen ervoor dat sommige aanvragen mislukken
      Wanneer XaaS-blueprints worden aangeroepen waardoor vRealize Orchestrator-werkstromen worden geactiveerd om bewerkingen uit te voeren op trage endpoints bij hoge mate van gelijktijdigheid, kunnen sommige aanvragen mislukken met de fout java.net.SocketTimeoutException: Time-out tijdens lezen. vRealize Orchestrator-werkstromen kunnen ook meerdere keren worden geactiveerd vanwege het optreden van time-outs voor de aanvragen.

      Oplossing: Voer deze stappen uit op elk vRealize Automation-toepassingsknooppunt. Het bestand vcac.properties wordt niet bewaard bij een upgrade. U moet deze stappen herhalen na een upgrade.

      1. Open een SSH-sessie op de vRealize Automation-toepassing.
      2. Bewerk /etc/vcac/vcac.properties om de time-out op de client te verhogen tot 10 minuten door de volgende regel toe te voegen aan het bestand: vco.socket.timeout.millis=600000
      3. Voer deze opdracht uit in de opdrachtprompt om de service vcac-server opnieuw te starten: service vcac-server restart

       

    • Het verzamelen van inventarisgegevens stopt tijdens een vCenter Server HA-failover (VCHA)

      In zeldzame gevallen reageren werkitems voor een beheerd vSphere 6.5-endpoint mogelijk niet meer tijdens een VCHA-failover.

      Oplossing: Start de vSphere-agent van vRealize Automation opnieuw. Als het verzamelen van gegevens nog altijd niet wordt hervat, neemt u contact op met GSS.

    • vRealize Automation-blueprintimplementaties die NSX-objecten bevatten, mislukken bij het inrichten in een cluster waar de NSX-manager de secundaire rol heeft
      In een NSX-implementatie met meerdere vCenter's moeten universele NSX-objecten, zoals edge gateways, nieuwe virtual wires en load balancer worden ingericht met een NSX-manager die de primaire rol heeft. Als u universele objecten probeert in te richten met een secundaire NSX-manager, mislukt het proces met een fout. vRealize Automation biedt geen ondersteuning voor het inrichten van universele NSX-objecten naar een vSphere-endpoint met netwerk- en beveiligingsintegratie waar de opgegeven NSX-manager de secundaire rol heeft.

      Oplossing: Als u globale NSX-objecten wilt gebruiken, moet u een regiospecifieke, lokale NSX-transportzone en virtual wires maken. Ga naar het VMware KB-artikel 2147240 voor details over dit proces in een VMware Validated Design.

    • Machines die zijn ingericht voor Azure blijven behouden nadat u een Azure-endpoint hebt verwijderd
      Wanneer een Azure-endpoint wordt verwijderd, blijven verweesde machines, blueprints en reserveringen achter. Als u een bepaalde Azure-VM wilt verwijderen voordat u een Azure-endpoint verwijdert, moet u deze handmatig verwijderen met gebruikmaking van de vRealize Automation-console.

    • Wanneer u op een Mac een tweede VMware Remote Console voor VMware opent voor een enkele virtual machine, wordt op beide consoles niets weergegeven
      Hoewel het mogelijk is om in Windows meerdere VMRC's (VMware Remote Consoles) te openen voor een enkele virtual machine, biedt VMRC geen ondersteuning voor meerdere sessies. In Windows is elke console een afzonderlijk proces; op een Mac probeert elke console een enkel proces weer te geven.

      Oplossing: Sluit alle VMRC-instanties en open slechts één VMRC voor een bepaalde machine.

    • Bij het opnieuw inrichten van een beheerde virtual machine op vSphere 6.5 tijdens een VCHA-failover (vCenter High Availability) wordt de virtual machine permanent verwijderd
      Als u tijdens een VCHA-failover met vSphere 6.5 een virtual machine opnieuw inricht, waarbij de virtual machine zich op hetzelfde vSphere-endpoint bevindt, kan de virtual machine worden vernietigd. Dit komt zelden voor.

      Oplossing: Vraag de oorspronkelijke blueprint voor de vernietigde virtual machine.

    • Fout met betrekking tot ongeldige referentiegegevens voor vRealize Automation wordt weergegeven na een VCHA-failover (vCenter High Availability)
      Na een VCHA-failover op een beheerd vSphere 6.5-endpoint bevatten de logboeken van vRealize Automation mogelijk het volgende foutbericht voor het endpoint: Kan aanmelding niet voltooien vanwege een onjuist(e) gebruikersnaam of wachtwoord.

      Oplossing: Start de vCenter-agent van vRealize Automation opnieuw.

    • Het wijzigen van de reservering van een virtual machine werkt niet wanneer het een andere eigenaar betreft
      Wanneer de reserveringsbewerking wordt geactiveerd op een beheerde IaaS-virtual machine, moet de gebruikte reservering horen bij de huidige eigenaar van de virtual machine. Alleen de huidige eigenaar kan worden opgegeven bij de gebruikersparameter. Als een gebruiker wordt opgegeven die niet de huidige eigenaar is, wordt de virtual machine door het systeem geregistreerd als behorende bij één eigenaar in IaaS en bij een andere eigenaar in de catalogus.

      Oplossing: Gebruik de werkstroom Reservering voor een IaaS-virtual machine wijzigen voor reserveringen die horen bij de huidige eigenaar van de virtual machine.

    • Kan geen blueprints selecteren voor bulkimport van onbeheerde machine op vRealize Automation 7.1 dat is geüpgraded naar 7.2
      IaaS geeft een tenant-id in kleine letters door aan de API die blueprints ophaalt voor bulkimport en niet de hoofd- of kleine letters die worden aangeboden door de verificatieservice. Als de gebruiker een tenant-id maakt waarin een combinatie van hoofd- en kleine letters wordt gebruikt, bijvoorbeeld Rainpole in plaats van rainpole, mislukt het opzoeken.

      Oplossing: Genereer het CSV-bestand zonder blueprintnaam of onderdeel en bewerk het CSV-bestand daarna handmatig met de gewenste waarden voor die velden.

    • Geneste containers bieden geen ondersteuning voor netwerken
      Een netwerk kan niet worden toegevoegd aan een geneste container.

      Oplossing: Dit probleem wordt naar verwachting opgelost in een toekomstige release.

    • Inhoud van venster wordt niet juist weergegeven nadat met gebruikmaking van externe console verbinding is gemaakt met een virtual machine op vSphere 6.5
      Bij het maken van een verbinding met een machine die wordt gehost op een vSphere 6.5-endpoint met gebruikmaking van de externe console, kan de verbinding mislukken of onbruikbaar zijn.

      Oplossing: Verbind de betroffen machine met gebruikmaking van de VMRC-clienttoepassing. Selecteer Verbinding maken via VMRC.

    • Sommige onderdelen werken mogelijk niet zoals verwacht nadat u een bestaande binnenste blueprint naar een huidige buitenste blueprint hebt gesleept
      De onderdeelinstellingen worden mogelijk gewijzigd, afhankelijk van de blueprint waarop het onderdeel zich bevindt. Als u bijvoorbeeld beveiligingsgroepen, beveiligingstags of netwerken op aanvraag hebt opgenomen op zowel de binnenste als buitenste blueprint, worden de instellingen van de binnenste blueprint overschreven door die van de buitenste blueprint. Netwerk- en beveiligingsonderdelen worden alleen ondersteund op het niveau van de buitenste blueprint, tenzij het gaat om bestaande netwerken die werken op het niveau van de binnenste blueprint.

      Oplossing: Voeg alle beveiligingsgroepen, beveiligingstags en netwerken op aanvraag alleen toe aan de buitenste blueprint.

    • Horizon kan in een hoge-beschikbaarheidsomgeving geen verificatie uitvoeren bij failover

      Oplossing: Start de vRealize Automation-toepassing bij failover opnieuw op om de verificatie te herstellen.

    • Als u een eigenschapsgroep maakt waarvan de naam een punt bevat, kunt u de vRealize Automation-gebruikersinterface niet gebruiken om de groep te bewerken
      Dit probleem treedt op wanneer u een eigenschapsgroep maakt en hierbij een punt opneemt in de naam, bijvoorbeeld eigenschap.groep. Er verschijnt dan een lege pagina als u deze eigenschapsgroep bewerkt in de gebruikersinterface van vRealize Automation. Gebruik de REST API om deze eigenschapsgroep te bewerken.

      Oplossing: Vermijd het gebruik van een punt in de naam van een eigenschapsgroep. Als dit niet kan worden vermeden, gebruikt u de REST API om de desbetreffende groep te bewerken.

    • Door een verbroken communicatie tussen IaaS en de algemene servicecatalogus tijdens het vernietigingsproces behoudt de virtual machine een beschikbare status
      Als tijdens een vernietigingsaanvraag de verbinding tussen IaaS en de algemene servicecatalogus wordt verbroken en vRealize Automation de record van de virtual machine nog niet uit de database heeft verwijderd, behoudt de machine zijn beschikbare status. Nadat de communicatie is hersteld, wordt de vernietigingsaanvraag weliswaar bijgewerkt naar geslaagd of mislukt, maar blijft de machine nog steeds zichtbaar. Ondanks dat de machine van het endpoint is verwijderd, blijft de naam zichtbaar in de vRealize Automation-beheerinterface.

    • Wanneer u de hostnaam van de vRealize Automation-toepassing wijzigt, worden bepaalde services als onbeschikbaar gemarkeerd

      Oplossing: Als bepaalde services niet meer beschikbaar zijn nadat u de hostnaam hebt gewijzigd, start u de vRealize Automation-server opnieuw op.

    • Als u een domeinaccount van een management agent op een gekloonde Windows Server 2012 toevoegt aan een domein, verliest de betreffende domeinaccount zijn rechten voor de persoonlijke sleutel van het certificaat van de agent
      Wanneer u een aanpassingswizard gebruikt voor het klonen van een vSphere-machine die onderdeel uitmaakt van een domein, wordt die machine losgekoppeld van dat domein. Als u de gekloonde machine opnieuw lid van het domein maakt, verschijnt de volgende foutmelding in het logboek van de management agent: CryptographicException - Sleutelset bestaat niet.

      Oplossing: U lost dit probleem op door de beveiligingsinstellingen van de persoonlijke sleutel van het certificaat te openen en weer te sluiten zonder verdere wijzigingen aan te brengen. Dit gaat als volgt:

      1. Zoek het certificaat met behulp van de module Certificaten van Microsoft Management Console. De module toont de bijbehorende agent-id in het tekstvak Beschrijvende naam.
      2. Selecteer Alle taken > Persoonlijke sleutels beheren.
      3. Klik op Geavanceerd.
      4. Klik op OK.

    • Er zijn beperkingen bij het slepen van een bestaande binnenste blueprint naar een huidige buitenste blueprint
      Wanneer u een bestaande binnenste blueprint naar een huidige buitenste blueprint sleept, gelden de volgende beperkingen als de binnenste blueprint machines bevat die zijn toegevoegd aan beveiligingsgroepen, beveiligingstags of netwerken op aanvraag. Dit probleem kan ook optreden bij geïmporteerde blueprints.
      • De buitenste blueprint mag geen binnenste blueprint bevatten die instellingen voor netwerken op aanvraag of instellingen voor load balancers op aanvraag bevat. Het gebruik van een binnenste blueprint die een onderdeel voor NSX-netwerken op aanvraag of een onderdeel voor load balancers op aanvraag bevat, is niet mogelijk.
      • Het toevoegen van nieuwe of aanvullende beveiligingsgroepen aan machines van de binnenste blueprint werkt alleen als u nieuwe beveiligingsgroepen op het niveau van de buitenste blueprint toevoegt, ook al zijn op de ontwerppagina voor blueprints beveiligingsgroepen van zowel de binnenste als buitenste blueprint te zien.
      • De oorspronkelijke beveiligingstags voor machines op de binnenste blueprint gaan verloren wanneer u op een buitenste blueprint nieuwe beveiligingstags toevoegt aan machines op de binnenste blueprint.
      • De oorspronkelijke netwerken op aanvraag voor machines op de binnenste blueprint gaan verloren wanneer u op de buitenste blueprint nieuwe netwerken op aanvraag toevoegt aan machines op de binnenste blueprint. Voor bestaande netwerken die oorspronkelijk aan de binnenste blueprint zijn toegevoegd, zijn er geen gevolgen.

      Oplossing: U kunt dit probleem op een van de volgende manieren oplossen:

      • Voeg beveiligingsgroepen, beveiligingstags of netwerken op aanvraag alleen toe aan de buitenste blueprint en niet aan de binnenste blueprint.
      • Voeg beveiligingsgroepen, beveiligingstags of bestaande netwerken alleen toe aan de binnenste blueprint en niet aan de buitenste blueprint.

    • Het menu Directorykenmerk zoeken op de pagina Directory toevoegen bevat onjuiste gegevens
      Bepaalde codereeksen bovenaan in het menu Directorykenmerk zoeken zijn onjuist.

      Oplossing: Klik op het vervolgkeuzemenu Directorykenmerk zoeken om de juiste codereeksen te zien.

    • De fout 'Bron niet gevonden' verschijnt bij de aanvraag van een catalogusitem
      Wanneer vRealize Automation in hoge-beschikbaarheidsmodus is en het hoofdknooppunt van de database faalt zonder dat een nieuw hoofdknooppunt wordt gepromoveerd, worden alle services die schrijftoegang voor de database vereisen, niet goed uitgevoerd of kunnen deze tijdelijk beschadigd raken totdat een nieuwe hoofddatabase wordt gepromoveerd.

      Oplossing: Deze fout is onvermijdbaar wanneer de hoofddatabase niet beschikbaar is. Na promotie van een nieuwe hoofddatabase verdwijnt de fout en kunt u bronnen aanvragen.

    • Er worden geen wijzigingen opgeslagen op de pagina Blueprintformulier van een XaaS-blueprint
      Als u niet op Toepassen klikt nadat u een veld van de pagina Blueprintformulier van een XaaS-blueprint hebt bijgewerkt, worden uw wijzigingen niet opgeslagen.

    • Het tabblad Items geeft geen informatie weer over de services die zijn ingeschakeld voor een load balancer
      Voor machines die zijn ingericht met een load balancer die is gekoppeld aan vCloud Networking and Security, geeft het tabblad Items geen informatie weer over de services die zijn ingeschakeld voor die load balancer.

    • Als een machine wordt vernietigd terwijl de vSphere-kloonbewerking wordt uitgevoerd, wordt de kloontaak van de machine die in behandeling is, niet geannuleerd
      Door dit probleem wordt de machine mogelijk gekloond. Het beheer van de gekloonde virtual machine valt niet meer onder vRealize Automation maar onder vCenter.

    • De aanvraag van een samengestelde blueprint mislukt direct en het formulier met aanvraagdetails kan niet worden geladen
      Als het maximumaantal leasedagen voor een samengestelde blueprint minder is dan dat van de buitenste blueprint, mislukt de aanvraag onmiddellijk en kan het formulier met details van de aanvraag niet worden geladen.

    • Het is niet mogelijk om implementaties te maken met bindingen aan DHCP IP-adressen in software-implementaties
      Als u dit probeert te doen, is het veld ip_address niet beschikbaar indien er geen netwerkprofiel bestaat. De volgende foutmelding verschijnt: Systeemfout: Interne fout bij het verwerken van aanvraag van onderdeel: com.vmware.vcac.platform.content.exceptions.EvaluationException: Geen data voor veld: ip_address.

      Oplossing: Als een binding vereist is, gebruikt u statische IP-adressen of IP-adressen die worden beheerd door vRealize Automation (netwerkprofiel), of gebruikt u een IPAM-integratie. Als u DHCP gebruikt, moet u een binding met de hostnaam maken en niet met het IP-adres.

      Gebruik het volgende script om het IP-adres van een CentOS-machine op te halen:
      IPv4_Address = $(hostname -I | sed -e 's/[[:space:]]$//')
      echo $IPv4_Address

      Maak een binding met de waarde die dit script oplevert als het IP-adres nodig is voor DHCP-gebruikssituaties.

    • Directory wordt gemaakt, zelfs nadat een foutbericht wordt weergegeven
      Wanneer u een directory maakt vanuit Beheer > Beheer van identiteitsarchieven > Identiteitsarchieven en klikt op Opslaan, kan het foutbericht 'Communicatie van connector mislukt vanwege ongeldige gegevens. Probleem bij het promoveren van BINDINGS-DN-gebruiker tot beheerder: de gebruiker bestaat al en is gekoppeld aan andere synchronisatieclient' worden weergegeven. Het nieuwe identiteitsarchief is opgeslagen met een onjuiste configuratie en kan niet worden gebruikt.
      Deze fout treedt op als u probeert een nieuwe Active Directory op te slaan met dezelfde waarden voor de Basis-DN en Bindings-DN als degene die al zijn gebruikt bij een eerder met succes gemaakte en bestaande Active Directory.

      Oplossing: U moet de nieuwe Active Directory handmatig verwijderen omdat de configuratie onjuist is en u moet een andere Bindings-DN en Basis-DN gebruiken voor de nieuwe Active Directory.

    • Er wordt een domein toegevoegd aan een gebruikers-UPN wanneer u een directory maakt die het directoryzoekkenmerk UserPrincipalName bevat
      Wanneer u een nieuwe directory maakt en u selecteert UserPrincipalName voor het directoryzoekkenmerk, wordt een domein aan een gebruikers-UPN toegevoegd. Bijvoorbeeld, de vRealize Automation-gebruikersnaam van een gebruiker met gebruiker.domein@domein.lokaal UPN wordt weergegeven als gebruiker.domein@domein.lokaal@domein.lokaal. Dit gebeurt als het UPN-achtervoegsel op de AD-site is geconfigureerd als een domein. Als het UPN-achtervoegsel is aangepast, bijvoorbeeld naar "voorbeeld.com", dan wordt de vRealize Automation-gebruikersnaam van een gebruiker met gebruiker.domein@voorbeeld.com UPN weergegeven als gebruiker.domein@voorbeeld.com@domein.lokaal.
      Als het directoryzoekkenmerk UserPrincipalName wordt gebruikt, moeten gebruikers hun gebruikersnaam exact zoals deze verschijnt (gebruiker.domein@domein.lokaal@domein.lokaal), inclusief het domein, invoeren om zich aan te melden om de REST API of de Cloud Client te kunnen gebruiken.

      Oplossing: Gebruik sAMAccountName in plaats van UserPrincipalName zodat het beheer van directory's de uniekheid van gebruikersnaam en domein ondersteunt.

    • De 404-fout Not Found (niet gevonden) verschijnt wanneer u een machine aanvraagt namens een andere gebruiker
      Als een blueprint een NAT-netwerk op aanvraag of een load balancer-onderdeel op aanvraag bevat, dan verschijnt de 404-fout Not Found wanneer een implementatie wordt aangevraagd namens een andere gebruiker.

    • Machines die worden geïmporteerd met behulp van Bulkimport, worden niet toegewezen aan de juiste geconvergeerde blueprint en onderdeelblueprint

      Oplossing: Voeg de aangepaste eigenschap VMware.VirtualCenter.OperatingSystem toe aan elke machine in het CSV-importbestand.

      Bijvoorbeeld:
      Yes,NNNNP2-0105,8ba90c35-9e03-4ac4-8a5d-2e6d76f37b81,development-res,ce-san-1:custom-nfs-2,UNNAMED_DEPLOYMENT-0105,BulkImport,Imported_Machine,system_blueprint_vsphere,user.admin@sqa.local,VMWare.VirtualCenter.OperatingSystem,sles11_64Guest,NOP

    • Er ontbreken catalogusbeheeracties in vRealize Automation

      Oplossing: Zie het Knowledge Base-artikel 2113027.

    • Bij een Active Directory met meer dan 15 gebruikersgroepen worden bij het synchroniseren van de Active Directory de groepen niet weergegeven
      Als er meer dan 15 groepen zijn, verschijnen er maar een paar groepen wanneer u de Active Directory met behulp van Beheer > Beheer van identiteitsarchieven > Identiteitsarchieven probeert te synchroniseren in de vRealize Automation-beheerinterface.

      Oplossing: Klik op Selecteren om de volledige lijst te zien.

    • Als u een replica-instantie hebt gepromoveerd naar een master-instantie, verschijnt er onjuiste informatie op het tabblad Database van de vRealize Automation-beheerinterface voor het master-knooppunt
      Gebruik, indien het master-knooppunt van de vRealize Automation-appliance niet correct start, de vRealize Automation-beheerinterface van een goed functionerend knooppunt voor clusterbeheerbewerkingen.

    • Wanneer een datastore wordt verplaatst van de ene vSphere Storage DRS naar een andere, verwijdert het systeem een virtual machine in plaats van er een te maken
      Als u een datastore verplaatst van een vSphere Storage DRS-cluster naar een ander vSphere Storage DRS-cluster en het automatiseringsniveau van het doelcluster niet automatisch is, wordt bij het opnieuw inrichten van een gemaakte machine de machine verwijderd met de volgende fout: StoragePlacement: geen datastore opgegeven voor schijf van VM zonder sdrs-ondersteuning. Dit probleem doet zich niet voor wanneer de virtual machine wordt gekloond.

      Oplossing: Controleer of het automatiseringsniveau van het doelcluster is ingesteld op automatisch voordat u een datastore verplaatst van het ene vSphere Storage DRS-cluster naar een ander. Er worden alleen implementaties op één machine ondersteund.

    Als u de lijst met voormalige bekende problemen wilt samenvouwen, klikt u hier.