Op de pagina Invoegtoepassingen beheren van het Control Center kunt u een lijst bekijken met alle invoegtoepassingen die in Orchestrator zijn geïnstalleerd en algemene beheeracties uitvoeren.

Logboekregistratieniveau voor invoegtoepassingen wijzigen

In plaats van het niveau van de logboekregistratie voor Orchestrator te wijzigen, kunt u het ook alleen voor specifieke invoegtoepassingen wijzigen.

Een nieuwe invoegtoepassing installeren

Met de Orchestrator-invoegtoepassingen kan de Orchestrator-server integreren met andere softwareproducten. De Orchestrator Appliance bevat een set vooraf geïnstalleerde invoegtoepassingen en u kunt ook aangepaste invoegtoepassingen installeren.

Alle Orchestrator-invoegtoepassingen worden geïnstalleerd vanuit het Control Center. De bestandsextensies die kunnen worden gebruikt, zijn .vmoapp en .dar. Een .vmoapp-bestand kan een verzameling van meerdere .dar-bestanden bevatten en kan als toepassing worden geïnstalleerd, terwijl een .dar-bestand alle bronnen kan bevatten die aan een invoegtoepassing zijn gekoppeld.

Een invoegtoepassing uitschakelen

U kunt een invoegtoepassing uitschakelen door het selectievakje Inschakelen naast de naam van de invoegtoepassing uit te schakelen.

Deze actie verwijdert het invoegtoepassingsbestand niet. Zie Een invoegtoepassing verwijderen voor meer informatie over het verwijderen van een invoegtoepassing in Orchestrator.