vRealize Automation ondersteunt gevirtualiseerde netwerken op basis van het NSX-platform. Ook geïntegreerde Containers voor vRealize Automation-netwerken worden ondersteund.

Om netwerk en beveiliging van NSX te integreren met vRealize Automation, moet een IaaS-beheerder endpoints van vSphere en NSX configureren. vRealize Automation ondersteunt NSX for vSphere en NSX-T.

Voor informatie over externe voorbereidingen raadpleegt u vRealize Automation configureren.

U kunt netwerkprofielen maken die netwerkinstellingen opgeven in reserveringen en in de blueprint. Externe netwerkprofielen definiëren bestaande fysieke netwerken. NAT op aanvraag en geleide netwerkprofielen kunnen logische NSX-switches en geschikte routeringsinstellingen voor een nieuw netwerkpad opbouwen.

De instellingen voor netwerk- en beveiligingsonderdelen die u aan de blueprint toevoegt, worden afgeleid van uw configuratie van NSX for vSphere en NSX-T. Raadpleeg de Administration Guide in de NSX for vSphere-productdocumentatie of NSX-T-productdocumentatie, afhankelijk van welke toepassing u gebruikt, voor informatie over het configureren van NSX.

Voor vSphere-machineonderdelen met gekoppelde NSX gebruikt u de netwerk-, beveiligings- en load balancing-instellingen in de gebruikersinterface. Voor machineonderdelen zonder tabblad Netwerk of Beveiliging kunt u netwerk- en beveiligingseigenschappen, zoals VirtualMachine.Network0.Name, toevoegen aan het tabblad Eigenschappen in het ontwerpcanvas. Netwerk-, beveilgings- en load balancer-eigenschappen voor NSX zijn uitsluitend van toepassing op vSphere-machines.

Als u een netwerkprofiel opgeeft in een reservering en een blueprint, krijgen de blueprintwaarden voorrang.

Afhankelijk van de computerbron kunt u een transportzone selecteren die een vSphere-endpoint identificeert. Een transportzone geeft de hosts en clusters op die kunnen worden gekoppeld met logische switches die in de zone zijn gemaakt. Een transportzone kan meerdere vSphere-clusters bevatten. De blueprint en de reserveringen die in de inrichting zijn gebruikt, moeten dezelfde transportzone-instellingen hebben. Transportzones worden gedefinieerd in de NSX-omgevingen.

U kunt beveiligingsinstellingen configureren door informatie op te geven in een reservering, blueprint of script van een gastagent. Als machines een gastagent vereisen, voegt u een beveiligingsregel toe aan de reservering of de blueprint.

Ook kunt u een Containers-netwerkonderdeel toevoegen aan een blueprint.

Voor gerelateerde informatie over het configureren van netwerk en beveiliging voor NSX-T in vRealize Automation raadpleegt u het VMware-blogartikel Application Networking and Security with vRealize Automation and NSX-T.