U kunt machinevoorvoegsels gebruiken om de namen van ingerichte machines te genereren.

U moet een standaard machinevoorvoegsel toewijzen aan elke bedrijfsgroep die volgens u infrastructuurbronnen nodig zal hebben. Elke blueprint moet van een machinevoorvoegsel zijn voorzien of het standaardvoorvoegsel van de groep gebruiken.

Alleen de machinevoorvoegsels die van toepassing zijn op de huidige tenant, worden beschikbaar gesteld bij het ontwerpen van een blueprint of het bewerken van een bedrijfsgroep.

U kunt het standaard machinevoorvoegsel voor de bedrijfsgroep instellen met behulp van het tabblad Infrastructuur dat beschikbaar is via de menuvolgorde Beheer > Gebruikers en groepen > Bedrijfsgroepen.

Materiaalbeheerders zijn verantwoordelijk voor het beheer van machinevoorvoegsels. Een voorvoegsel is een basisnaam gevolgd door een teller met een specifiek aantal cijfers. Een voorvoegsel als g1dw voor groep1 en het werkstation voor ontwikkelaars, met een teller van drie cijfers, leidt bijvoorbeeld tot machines met namen als g1dw001, g1dw002, enzovoort. Met een voorvoegsel kan ook een getal (behalve 1) worden opgegeven om de teller te starten.

Als een bedrijfsgroep niet is bedoeld voor het inrichten van infrastructuurbronnen, hoeven tenantbeheerders geen standaard machinevoorvoegsel toe te wijzen bij het maken van de bedrijfsgroep. Als de bedrijfsgroep is bedoeld voor het inrichten van infrastructuurbronnen, moeten tenantbeheerders een van de bestaande machinevoorvoegsels toewijzen als standaard voor de bedrijfsgroep. Door deze toewijzing worden blueprintarchitecten niet beperkt in hun keuze voor andere voorvoegsels als ze blueprints maken. Een tenantbeheerder kan het standaardvoorvoegsel van een bedrijfsgroep op elk gewenst moment wijzigen. Het nieuwe standaardvoorvoegsel wordt in de toekomst gebruikt, maar heeft geen effect op eerder ingerichte machines.

Voor informatie over het maken van machinevoorvoegsels gaat u naar Machinevoorvoegsels configureren.