U voegt een aangepaste eigenschap toe om gegevens op te halen van een bron met een aangepaste vRealize Orchestrator-actie wanneer u wilt dat gebruikers de opgehaalde waarden selecteren in het aanvraagformulier.

Beperkingen

De ondersteunde scriptacties zijn onder meer:

  • Any en Array/Any
  • Array/String en Array/Properties als u het gegevenstype Tekenreeks selecteert in het definitieformulier
  • Array/Number als u het gegevenstype Geheel getal of Decimaal selecteert in het definitieformulier

Vereisten

Controleer of u een werkende vRealize Orchestrator-actie hebt. Zie Ontwikkelen met VMware vCenter Orchestrator voor meer informatie over het ontwikkelen van werkstromen en het maken en gebruiken van vRealize Orchestrator-scriptacties.

Het actiescript moet de invoerparameterwaarden accepteren. U kunt de waarden configureren als sleutel-waardeparen. U kunt door de gebruiker leesbare namen weergeven in plaats van minder gebruikersvriendelijke id's met behulp van sleutel-waardeparen.

Configuratiewaarden aangepaste eigenschap

U gebruikt deze opties om een standaardeigenschap aan te maken.

Tabel 1. Configuratiewaarden aangepaste eigenschap aangepaste actie
Optie Waarde
Naam U kunt een willekeurige reeks gebruiken.
Gegevenstype Decimaal, geheel getal of tekenreeks
Weergeven als Vervolgkeuzelijst
Waarden Extern
Actiemap Locatie van uw aangepaste actie.
Scriptactie Naam van uw aangepaste actie.
Invoerparameters Hangen af van uw aangepaste actie.

Configuratie van blueprint

Gewoonlijk voegt u de aangepaste eigenschap toe aan het tabblad Eigenschappen van de blueprint. Of u de eigenschap toevoegt aan het tabblad Eigenschappen hangt af van uw actie. Zie Een aangepaste eigenschap toevoegen aan een blueprint.