Door vRealize Automation wordt een nieuw ingerichte machine opgestart op basis van een ISO-image en wordt vervolgens de besturing overgegeven aan de opgegeven SCCM-takenreeks.

Voorbereiding van SCCM wordt ondersteund voor de implementatie van Windows-besturingssystemen. Linux wordt niet ondersteund. Softwaredistributie en updates worden niet ondersteund.

Standaard wordt een SCCM-machine geconfigureerd om elke 10 seconden na de inrichting het lidmaatschap in de toepasselijke verzameling te bevestigen. In sommige gevallen kan dit interval problemen veroorzaken met het registratieproces. Er zijn twee eigenschappen beschikbaar om het bevestigingsproces aan te passen. De eerste eigenschap wordt SCCM refresh collection setting genoemd. Deze eigenschap is standaard ingesteld op true om te bevestigen dat de machine een lidmaatschapscontrole uitvoert. Indien nodig kunt u deze instelling wijzigen in false om de machine zo te configureren dat de lidmaatschapscontrole wordt overgeslagen. De tweede eigenschap wordt SCCM machine membership check interval genoemd. Zoals is aangegeven, is het standaardinterval 10 seconden. U kunt echter een andere waarde instellen om het heractiveringsinterval te vergroten als u registratieproblemen ondervindt. U vindt beide eigenschappen in de algemene IaaS-instellingen onder Infrastructuur > Beheer > Algemene instellingen.

Hier volgt een overzicht op hoog niveau van de vereiste stappen om de inrichting met SCCM voor te bereiden:

  1. Voor communicatie met SCCM is de NetBIOS-naam van de SCCM-server vereist.

    Werk samen met uw netwerkbeheerder om ervoor te zorgen dat ten minste één Distributed Execution Manager (DEM) de FQDN van de SCCM-server kan herleiden naar zijn NetBIOS-naam.

    U hoeft DEM's niet rechtstreeks in hetzelfde netwerk te plaatsen als de SCCM-server, maar DEM's moeten de SCCM-server kunnen bereiken via IP.

  2. Maak een softwarepakket met daarin de vRealize Automation-gastagent. Zie Een softwarepakket maken voor SCCM-inrichting.
  3. Maak in SCCM de gewenste takenreeks voor de inrichting van de machine. De laatste stap moet het installeren van het softwarepakket zijn, dat u hebt gemaakt en dat de vRealize Automation-gastagent bevat. Zie de documentatie bij SCCM voor informatie over het maken van takenreeksen en het installeren van softwarepakketten.
  4. Maak een opstartbare ISO-image voor de takenreeks, die zonder aan te raken, kan worden gestart. Standaard wordt door SCCM een opstartbare ISO-image gemaakt, die maar licht hoeft te worden aangeraakt. Voor informatie over de configuratie van SCCM voor ISO-images die niet hoeven te worden aangeraakt om te starten, raadpleegt u de documentatie bij SCCM.
  5. Kopieer de ISO-image naar de locatie die door het virtualisatieplatfrom wordt vereist. Als u niet weet wat de juiste locatie is, raadpleegt u de documentatie die door uw hypervisor wordt aangeboden.
  6. Verzamel de volgende informatie, zodat de architecten van blueprints deze kunnen opnemen in blueprints:
    1. De naam van de verzameling met deze takenreeks.
    2. De volledig gekwalificeerde domeinnaam van de SCCM-server waarop de verzameling met de reeks zich bevindt.
    3. De code van de site van de SCCM-server.
    4. Referentiegegevens op beheerderniveau voor de SCCM-server.
    5. (Optioneel) Voor SCVMM-integraties, de ISO, de virtuele harde schijf of het hardwareprofiel waaraan de machines die worden ingericht, worden gekoppeld.