Wanneer u het aanvraagformulier aanpast, kunt u elementen opgeven waarbij de gebruiker kan selecteren uit zoekresultaten in een lijst of bladeren door een boomstructuur om een overeenkomende waarde te vinden.

Het waardeselectieveld en boomstructuurselectieveld werken met het Referentietype dat is gedefinieerd op het tabblad Uiterlijk van het aangepaste formulier. Het Referentietype is een resource van vRealize Orchestrator. Bijvoorbeeld: AD:UserGroup of VC:Datastore. Door het referentietype te definiëren wanneer de gebruiker een zoekreeks invoert, zijn de resultaten of boomstructuuropties beperkt tot de overeenkomende parameter of de resources die de overeenkomende parameter hebben.

Voor het waardeselectieveld kunt u de mogelijke waarden vervolgens verder beperken door een externe bron te configureren. Voor het boomstructuurselectieveld kunt u een standaardwaarde instellen door een externe bron te configureren.

Werken met het waardeselectieveld

Het waardeselectieveld wordt weergegeven in het catalogusformulier als een zoekoptie. De gebruiker voert een tekenreeks in en het selectieveld biedt opties op basis van de manier waarop u deze hebt geconfigureerd. U kunt het selectieveld op basis van de volgende gebruikssituaties gebruiken. Het meest waardevolle gebruik van het waardeselectieveld is het koppelen aan een externe bronwaarde.

  • Waardeselectieveld met een constante waardebron. Gebruik deze methode wanneer u wilt dat de aanvragende gebruiker een vooraf gedefinieerde statische lijst van waarden selecteert. Net als bij de combobox-, dropdown-, multiselect- en radiogroepselementen biedt deze methode zoekresultaten in een lijst op basis van de gedefinieerde constante waarden en labels.
  • Een waardeselectieveld zonder een gedefinieerde waardebron. Gebruik deze methode wanneer u wilt dat de aanvragende gebruiker in de vRealize Orchestrator-inventarislijst zoekt naar een specifiek object met het geconfigureerde referentietype. Het referentietype is bijvoorbeeld VC:Datastore en u wilt dat de gebruikers de gegevensopslag uit de opgehaalde lijst selecteren.
  • Een waardeselectieveld met een externe waardebron. Gebruik deze methode wanneer u wilt dat de aanvragende gebruiker een keuze maakt uit resultaten die zijn gebaseerd op een vRealize Orchestrator-actie. Voor een waardeselectieveld met externe bronnen moet de actie een array met eigenschappen retourneren, geen tekenreeksarray. U hebt bijvoorbeeld een actie die twee of meer waarden uit een geïntegreerde database ophaalt en u wilt dat de gebruikers een waarde uit de opgehaalde lijst selecteren. De actie moet het filter var filter = System.getContext().getParameter("__filter"); bevatten en moet een array met eigenschappen retourneren, geen tekenreeksarray. Als u een tekenreeksarray wilt gebruiken, gebruikt u het veldtype Keuzelijst met invoervak.

Werken met het boomstructuurselectieveld

Het boomstructuurselectieveld wordt weergegeven in het catalogusformulier als een zoekoptie. De gebruiker voert een tekenreeks in en het boomstructuurselectieveld verschijnt. Met de boomstructuur kunnen de gebruikers waarden selecteren die overeenkomen met het referentietype. Als het referentietype bijvoorbeeld VC:Datastore is, kan de aanvragende gebruiker gegevensopslagobjecten selecteren. Als het referentietype VC:VirtualMachine is, kan de gebruiker virtuele machines selecteren.

  • Een waardeselectieveld zonder een gedefinieerde waardebron. Gebruik deze methode wanneer u wilt dat de aanvragende gebruiker de hiërarchische boomstructuur doorzoekt voor een specifiek object met het geconfigureerde referentietype. Het referentietype is bijvoorbeeld VC:Datastore en u wilt dat de gebruikers de gegevensopslag uit de opgehaalde boomstructuur selecteren.
  • Een boomstructuurselectieveld met een externe waardebron. Gebruik deze methode als u een standaardselectie in de boomstructuur wilt opgeven. De aanvragende gebruiker kan de vooraf ingestelde waarde selecteren of naar een andere waarde bladeren. Voor referentietype VC:Datastore wilt u bijvoorbeeld de gegevensopslag in de boomstructuur vooraf instellen op een bepaalde gegevensopslag op basis van de resultaten van de actie-invoerwaarde die een netwerk opgeeft.