U kunt indien nodig aanvullende identiteitsproviderverbindingen configureren voor de ondersteuning van andere identiteitsbeheerscenario's, waaronder aanvullende ingebouwde identiteitsproviders en externe identiteitsproviders.

U kunt drie soorten identiteitsproviderverbindingen maken met Beheer van directory's.

  • Externe IdP maken - Gebruik dit item om een verbinding met een externe identiteitsprovider te maken. Zorg ervoor dat u over het volgende beschikt voordat u een externe identiteitsproviderinstantie toevoegt.
    • Controleer of de instanties van derden compatibel zijn met SAML 2.0 en of de service de instantie van derden kan bereiken.
    • Zorg dat u de vereiste metagegevensinformatie van derden hebt en deze kunt toevoegen wanneer u de identiteitsprovider configureert in de beheerconsole. De metagegevensinformatie die u verkrijgt uit de instantie van derden is de URL voor de metagegevens of zijn de volledige metagegevens zelf.
  • Workspace-IdP maken - Wanneer u een connector inschakelt om gebruikers te verifiëren tijdens het configureren van Beheer van directory's, wordt een Workspace-IdP gemaakt aangezien de identiteitsprovider en wachtwoordverificatie zijn ingeschakeld. U kunt aanvullende Workspace-identiteitsproviders achter verschillende load balancers configureren.
  • Ingebouwde IdP maken - Ingebouwde identiteitsproviders gebruiken de interne mechanismen voor Beheer van directory's om verificatie te ondersteunen. U kunt ingebouwde identiteitsproviders configureren om verificatiemethoden te gebruiken waarvoor het gebruik van een connector op locatie niet is vereist. Wanneer u de ingebouwde identiteitsprovider configureert, koppelt u de verificatiemethoden voor gebruik met de provider.