U kunt een Ansible-endpoint maken om het toevoegen van Ansible-configuratiebeheeronderdelen aan virtuele vSphere-machines te ondersteunen. Met deze onderdelen kunt u met een Ansible Tower configuratiebeheer op virtuele machines forceren.

Voorwaarden

Procedure

  1. Selecteer Beheer > vRO-configuratie > Endpoints.
  2. Klik op het pictogram Nieuw.
  3. Klik op het tabblad Invoegtoepassing op het vervolgkeuzemenu Invoegtoepassing en selecteer de Ansible-invoegtoepassing.
  4. Klik op Volgende.
  5. Voer een naam en desgewenst een beschrijving in op het tabblad Endpoint.
  6. Klik op Volgende.
  7. Vul de tekstvakken op de tabbladen Details in voor het endpoint.
    Tabblad Details Beschrijving
    Configuratie van Ansible Tower-endpoint Voeg de configuratiegegevens voor het endpoint toe.
    • Configuratie van Ansible Tower-endpoint: geef de naam en het IP-adres of de hostnaam op in de juiste tekstvakken.
    • Configuratie van verificatiegegevens voor Ansible Tower: geef de verificatiegegevens op voor de Ansible Tower die met dit endpoint is gekoppeld.
    • SSL-certificaat importeren: kies of u wilt dat het Ansible Tower-certificaat stilzwijgend door vRealize Orchestrator wordt geaccepteerd.
    Toegang tot de Ansible Tower-host Geef indien van toepassing de SSH-verificatiegegevens op voor de Ansible Tower-machine zodat een geïmplementeerde machine ermee verbinding kan maken om een aangepast dynamische-inventarisscript te configureren.
    Instelling van organisatie en inventaris Configureer de naam van uw organisatie en de inventaris. Voeg configuratiewaarden voor de dynamische inventaris toe.
    Filters en groepen Configureer eigenschappenfilters voor sleutelparen en dynamische Ansible-groepen.
    Prompt bij opstartvervangingen (optioneel) Configureer opties voor Ansible-taken, alsook machine-, sjabloon- en inventarisopties.
    Omzetting van vRA-eigenschappen Geef indien nodig de gewenste vervangende tekenreeks op die Ansible moet gebruiken tijdens het verwerken van aangepaste eigenschappen na de inrichting.
  8. Klik op Voltooien.