U kunt een of meer NSX for vSphere load balancer-onderdelen op aanvraag aan het ontwerpcanvas toevoegen om instellingen van vSphere-machineonderdelen in de blueprint te configureren.

De instellingen voor netwerk- en beveiligingsonderdelen die u aan de blueprint toevoegt, worden afgeleid van uw configuratie van NSX for vSphere en NSX-T. Raadpleeg de Administration Guide in de NSX for vSphere-productdocumentatie of NSX-T-productdocumentatie, afhankelijk van welke toepassing u gebruikt, voor informatie over het configureren van NSX.

De volgende regels zijn van toepassing op load balancer-pools en VIP-netwerkinstellingen in de blueprint.

  • Als het netwerkprofiel van de pool NAT is, kan het VIP-netwerkprofiel deel uitmaken van het NAT-netwerkprofiel.
  • Als het netwerkprofiel van de pool geleid is, kan het VIP-netwerkprofiel zich alleen op hetzelfde geleide netwerk bevinden.
  • Als het netwerkprofiel van de pool extern is, kan het VIP-netwerkprofiel alleen hetzelfde externe netwerkprofiel zijn.

Elke component van de load balancer kan meerdere virtuele servers hebben, die tevens kunnen worden aangeduid als load balancer services. Elke virtuele server in het load balancer-onderdeel heeft één poort en één protocol. U kunt bijvoorbeeld load balancing uitvoeren voor een HTTP-service of HTTPS-service. Een load balancer kan load balancing uitvoeren voor meerdere services.

De NSX Edge is het netwerkapparaat dat de virtuele servers van de load balancer bevat. Hoewel u meer dan één load balancer-onderdeel in een blueprint kunt hebben, bevinden de virtuele servers die in elk load balancer-onderdeel zijn gedefinieerd, zich in één NSX Edge wanneer u de implementatie inricht.

Als een blueprint een load balancer bevat en app-isolatie is ingeschakeld, worden de load balancer-VIP's aan de app-isolatiebeveiligingsgroep toegevoegd als IPSet. Als een blueprint een beveiligingsgroep op aanvraag bevat die is gekoppeld aan een machinelaag die ook is gekoppeld aan een load balancer, bevat de beveiligingsgroep op aanvraag de machinelaag IPSet en VIP’s.

U kunt de instellingen van de load balancer opnieuw configureren in een bestaande implementatie om virtuele servers toe te voegen, te bewerken of te verwijderen. Zie Een load balancer in een implementatie opnieuw configureren voor informatie.