Nadat een implementatie is ingericht en uitgevoerd, kunt u verschillende acties uitvoeren om de implementatie te beheren. Het levenscyclusbeheer kan het in- of uitschakelen, het wijzigen van de grootte en het verwijderen van een implementatie omvatten. U kunt ook verschillende acties voor afzonderlijke onderdelen uitvoeren om ze te beheren.

Procedure

  1. Klik op Implementaties en zoek uw implementatie.
  2. Klik op de naam van de implementatie om toegang te krijgen tot de details van de implementatie.
    U kunt het tabblad Topologie gebruiken om de implementatiestructuur en -resources visueel weer te geven.

    Het tabblad Geschiedenis bevat alle inrichtingsgebeurtenissen en alle gebeurtenissen die betrekking hebben op acties die u uitvoert nadat het aangevraagde item is geïmplementeerd. Als er problemen zijn met het inrichtingsproces, kunnen de gebeurtenissen op het tabblad Geschiedenis u helpen bij het oplossen van problemen.

    Op het tabblad Kosten vindt u de huidige kosten van bepaalde onderdelen nadat deze zijn geïmplementeerd.

    Implementatiedetails in topologie en geschiedenis
  3. Als u vaststelt dat een implementatie te duur is in de huidige configuratie en u het formaat van een onderdeel wilt wijzigen, selecteert u het onderdeel op de topologiepagina en selecteert u vervolgens Acties > Formaat wijzigen op de onderdeelpagina.
    Welke acties beschikbaar zijn, is afhankelijk van het onderdeel, het cloudaccount en uw rechten.

  4. Een van uw implementaties is niet langer nodig als onderdeel van uw ontwikkelingslevenscyclus. Als u de implementatie wilt verwijderen en resources wilt terugwinnen, selecteert u Acties > Verwijderen.
    Welke acties beschikbaar zijn, hangt af van de status van de implementatie.
    Actiemenu op implementatieniveau

Volgende stappen

Zie Welke acties kan ik op vRealize Automation Cloud Assembly-implementaties uitvoeren voor meer informatie over mogelijke acties.