U kunt de output van een taak in uw pijplijn laten bepalen of de pijplijn wordt uitgevoerd of stopt op basis van een voorwaarde die u opgeeft. Om de pijplijn te laten slagen of mislukken op basis van de output van de taak, gebruikt u het Voorwaarde-taaktype.

U gebruikt het taaktype Voorwaarde als een beslissingspunt in uw pijplijn. Met behulp van de Voorwaarde-taak met een voorwaarde-expressie die u opgeeft, kunt u alle properties in uw pijplijn, fasen en taken evalueren.

Het resultaat van de Voorwaarde-taak bepaalt of de volgende taak in de pijplijn wordt uitgevoerd.

  • Bij een ware voorwaarde kan de pijplijn verder worden uitgevoerd.
  • Bij een onware voorwaarde wordt de pijplijn gestopt.

Zie Hoe gebruik ik variabele bindingen in vRealize Automation Code Stream-pijplijnen? voor voorbeelden van hoe u de outputwaarde van de ene taak kunt gebruiken als de input voor de volgende taak door de taken te verbinden met een Voorwaarde-taak.

Tabel 1. De relatie tussen de Voorwaarde-taak en diens voorwaarde-expressie en de pijplijn
Voorwaarde-taaktype… Waarop dit invloed heeft… Wat het doet…

Voorwaarde-taak

Pijplijn

Het Voorwaarde-taaktype bepaalt of de pijplijn wordt uitgevoerd of stopt op dat moment, op basis van het feit of de output van de taak waar of onwaar is.

Voorwaarde-expressie

Output Voorwaarde-taak

Wanneer de pijplijn wordt uitgevoerd, bepaalt de voorwaarde-expressie die u opneemt in de Voorwaarde-taak of de outputstatus waar of onwaar is. Een voorwaarde-expressie kan bijvoorbeeld vereisen dat de outputstatus van de Voorwaarde-taak Voltooid is of een buildnummer van 74 gebruikt.

De voorwaarde-expressie wordt weergegeven op het tabblad Taak in het Voorwaarde-taaktype.

Voorwaarde-expressie in de Voorwaarde-taak.

Het Voorwaarde-taaktype verschilt in functie en gedrag van de instelling Op voorwaarde in andere taaktypen.

Instelling Op voorwaarde in andere taaktypen.

In andere taaktypen geldt voor de instelling Op voorwaarde het volgende:

  • Deze bepaalt of de huidige taak wordt uitgevoerd, in plaats van opeenvolgende taken, op basis van de evaluatie van de voorwaarde-expressie van waar of onwaar. De voorwaarde-expressie voor instelling Op voorwaarde produceert een output status 'waar' of 'onwaar' voor de huidige taak wanneer de pijplijn wordt uitgevoerd.
  • Deze wordt op het tabblad Taak weergegeven met een eigen voorwaarde-expressie.

In dit voorbeeld wordt de Voorwaarde-taak gebruikt.

Voorwaarden

  • Verifieer dat er een pijplijn bestaat en dat deze fasen en taken bevat.

Procedure

  1. Bepaal in uw pijplijn het beslissingspunt waar de Voorwaarde-taak moet verschijnen.
  2. Voeg de Voorwaarde-taak toe vóór de taak die afhankelijk is van de status 'geslaagd’ of 'mislukt'.
  3. Voeg een voorwaarde-expressie toe aan de Voorwaarde-taak.
    Bijvoorbeeld: "${Stage1.task1.output.status}" == "COMPLETED" || ${input.buildNumber} == 74
    Een voorwaarde toevoegen aan het Voorwaarde-taaktype.
  4. Valideer de taak.
  5. Sla de pijplijn op. Vervolgens schakelt u de pijplijn in en voert u deze uit.

resultaten

Bekijk de uitvoeringen van de pijplijn en kijk of de pijplijn nog steeds wordt uitgevoerd of stopt bij de Voorwaarde-taak.

Volgende stappen

U kunt het Voorwaarde-taaktype ook gebruiken als u een pijplijn-implementatie wilt terugdraaien. Bij het terugdraaien van een pijplijn helpt de Voorwaarde-taak vRealize Automation Code Stream bijvoorbeeld om een pijplijnfout te markeren op basis van de voorwaarde-expressie en kan één terugdraaistroom worden geactiveerd voor verschillende fouttypen.

Zie Hoe kan ik mijn implementatie terugdraaien in vRealize Automation Code Stream? om een implementatie terug te draaien.