In one-arm en multi-arm implementaties wordt het verkeer op een verschillende manier naar de load balancer geleid.

In een one-arm implementatie bevindt de load balancer zich niet fysiek in de lijn van het verkeer, wat betekent dat zowel het inkomend als uitgaand verkeer van de load balancer via dezelfde netwerkinterface verloopt. Het verkeer wordt vanaf de client op basis van IP-omzetting (NAT) door de load balancer gestuurd met de load balancer als bronadres. De knooppunten sturen hun retourverkeer eerst naar de load balancer voordat het naar de client wordt teruggeleid. Zonder deze stroom van retourpakketten zou het retourverkeer de client direct proberen te bereiken, waardoor de verbinding mislukt.

In een multi-arm configuratie wordt het verkeer door de load balancer geleid. In dit geval is de load balancer doorgaans de standaardgateway van de eindapparaten.

De meest voorkomende implementatie is een one-arm configuratie. Multi-arm implementaties zijn gestoeld op dezelfde principes en beide topologieën werken met F5 en NetScaler.

In dit document worden de onderdelen vRealize Automation en vRealize Orchestrator geïmplementeerd in een one-arm configuratie. Multi-arm implementaties worden ook ondersteund en hun configuratie is doorgaans vergelijkbaar met die van een one-arm configuratie.

One-arm configuratie: