Een werkstroom kan soms aanvullende invoerparameters vereisen van een externe bron wanneer deze wordt uitgevoerd. Deze invoerparameters kunnen afkomstig zijn van een andere applicatie of werkstroom, of de gebruiker kan deze direct opgeven.

Als een bepaalde gebeurtenis bijvoorbeeld plaatsvindt terwijl een werkstroom wordt uitgevoerd, kan de werkstroom een aanvraag voor menselijke interactie indienen om te bepalen welke actie moet worden ondernomen. De werkstroom wacht alvorens door te gaan, totdat de gebruiker op de aanvraag voor informatie reageert of totdat de wachttijd groter is dan een mogelijke time-outperiode. Als de wachttijd groter is dan de time-outperiode, retourneert de werkstroom een uitzondering.

De standaardvariabelen voor gebruikersinteracties zijn security.group en timeout.date. Wanneer u de variabele security.group instelt op een bepaalde LDAP-gebruikersgroep, beperkt u de machtiging om te reageren op de aanvraag voor gebruikersinteractie tot leden van die gebruikersgroep.

Wanneer u de variabele timeout.date instelt, stelt u een tijd en datum in tot wanneer de werkstroom wacht op de informatie van de gebruiker. U kunt een absolute datum instellen of u kunt een scriptwerkstroomelement maken om een tijd te berekenen ten opzichte van de huidige tijd.