Het proces voor het ontwikkelen van een werkstroom omvat een reeks fasen. U kunt een andere reeks fasen volgen of een fase overslaan, afhankelijk van het type werkstroom dat u ontwikkelt. U kunt bijvoorbeeld een werkstroom maken zonder aangepaste scripts.

Over het algemeen ontwikkelt u een werkstroom met de volgende fasen.

  1. Maak een nieuwe werkstroom of maak een duplicaat van een bestaande werkstroom vanaf de standaardbibliotheek.
  2. Geef algemene informatie over de werkstroom op.
  3. Definieer de in- en uitvoerparameters van de werkstroom.
  4. Kies een indeling en koppel het werkstroomschema om de logische stroom van de werkstroom te definiëren.
  5. Bind de in- en uitvoerparameters van elk schema-element aan de werkstroomvariabelen.
  6. Schrijf de nodige scripts voor scriptbare taakelementen of aangepaste beslissingselementen.
  7. Maak de werkstroompresentatie op het tabblad Invoerformulier.
  8. Valideer de werkstroom.