Er zijn vier manieren om andere werkstromen aan te roepen vanuit een werkstroom. Elke manier om een werkstroom of werkstromen aan te roepen, wordt voorgesteld door een ander werkstroomschema-element.

Synchrone werkstromen
Beheerd door het schema-element Werkstroomelement. Een werkstroom kan een andere werkstroom synchroon starten. De zogeheten werkstroom wordt uitgevoerd als een onderdeel van de uitvoering van de aanroepende werkstroom en wordt uitgevoerd in dezelfde geheugenruimte als de aanroepende werkstroom. De aanroepende werkstroom start een andere werkstroom en wacht tot het einde van de uitvoering van de aangeroepen werkstroom voordat het volgende element in het schema wordt uitgevoerd. Normaal gesproken roept u een werkstroom synchroon aan omdat de aanroepende werkstroom de uitvoer van de aangeroepen werkstroom als een invoerparameter voor een volgend schema-element vereist. Een werkstroom kan bijvoorbeeld de werkstroom Virtual machine opnieuw starten en wachten om een virtual machine te starten en vervolgens het IP-adres van deze virtual machine ophalen om aan een ander element of via e-mail aan een gebruiker door te geven.
Asynchrone werkstromen
Beheerd door het schema-element Asynchroon element. Een werkstroom kan een werkstroom asynchroon starten. De aanroepende werkstroom start een andere werkstroom, maar de aanroepende werkstroom gaat onmiddellijk door met het uitvoeren van het volgende element in het schema, zonder te wachten op het resultaat van de aangeroepen werkstroom. De aangeroepen werkstromen worden uitgevoerd met invoerparameters die door de aanroepende werkstroom worden gedefinieerd, maar de levenscyclus van de aangeroepen werkstroom is onafhankelijk van de levenscyclus van de aanroepende werkstroom. Met asynchrone werkstromen kunt u kettingen maken van werkstromen die invoerparameters van de ene werkstroom naar de volgende doorgeven. Een werkstroom kan bijvoorbeeld verschillende objecten maken tijdens de uitvoering. De werkstroom kan vervolgens asynchrone werkstromen starten die deze objecten als invoerparameters gebruiken in hun eigen uitvoeringen. Wanneer de oorspronkelijke werkstroom alle vereiste werkstromen heeft gestart en de resterende elementen heeft uitgevoerd, wordt deze beëindigd. De asynchrone werkstromen die zijn gestart, worden echter onafhankelijk van de werkstroom die ze hebben gestart, uitgevoerd.
Om ervoor te zorgen dat de aanroepende werkstroom wacht op het resultaat van de aangeroepen werkstroom, gebruikt u een geneste werkstroom of maakt u een scriptbare taak die de status van het werkstroomtoken van de aangeroepen werkstroom ophaalt en vervolgens het resultaat van de werkstroom ophaalt wanneer deze wordt voltooid.
Geplande werkstromen
Beheerd door het schema-element Werkstroom plannen. Een werkstroom kan een werkstroom aanroepen en het starten van die werkstroom tot een latere tijd en datum uitstellen. De aanroepende werkstroom wordt vervolgens voortgezet totdat deze is beëindigd. Als u een geplande werkstroom aanroept, wordt een taak gemaakt om die werkstroom op de opgegeven tijd en datum te starten. Wanneer de aanroepende werkstroom is uitgevoerd, kunt u de geplande werkstroom bekijken onder Activiteit > Gepland.
Geplande werkstromen worden slechts één keer uitgevoerd. U kunt een werkstroom zo plannen dat deze regelmatig wordt uitgevoerd door de Workflow.scheduleRecurrently-methode aan te roepen in een scriptbaar taakelement in een synchrone werkstroom.
Geneste werkstromen
Beheerd door het schema-element Geneste werkstromen schema-element. Een werkstroom kan meerdere werkstromen tegelijk starten door verschillende werkstromen in één schema-element te nesten. Alle werkstromen in het geneste werkstroomelement worden tegelijk gestart wanneer de aanroepende werkstroom arriveert bij het element met geneste werkstromen in het bijbehorende schema. Elke geneste werkstroom wordt gestart in een andere geheugenruimte dan de geheugenruimte van de aanroepende werkstroom. De aanroepende werkstroom wacht totdat alle geneste werkstromen hun uitvoeringen hebben voltooid voordat het volgende element in het schema wordt gestart. De aanroepende werkstroom kan hierdoor de resultaten van de geneste werkstromen gebruiken als invoerparameters wanneer de resterende elementen worden uitgevoerd.