U bouwt een werkstroom door een reeks schema-elementen te maken die de logische stroom van de werkstroom definiëren.

Alle elementen in het werkstroomschema zijn standaard gekoppeld. Koppelingen tussen de elementen worden weergegeven als pijlen. Wanneer u een nieuw element toevoegt aan het werkstroomschema, moet u dit slepen naar een pijl of een bestaand werkstroomelement dat niet is gekoppeld aan een volgend element. Nadat u werkstroomelementen aan het schema hebt toegevoegd, kunt u bestaande koppelingen verwijderen en nieuwe koppelingen maken om de logische stroom van de werkstroom te definiëren.

Een werkstroomschema moet ten minste één element Einde van werkstroom hebben, maar het kan er meerdere bevatten.

Procedure

  1. Meld u aan bij de vRealize Orchestrator-client.
  2. Ga naar Bibliotheek > Werkstromen en selecteer uw werkstroom.
  3. Klik op het tabblad Schema.
  4. Sleep een schema-element van het menu Algemeen in het linkervenster naar het werkstroomschema.
  5. Klik op het element dat u naar het werkstroomschema hebt gesleept en voer een naam in.
    Opmerking: U moet voor elk element in uw werkstroom een unieke naam opgeven die de functie beschrijft. Uw werkstroom kan bijvoorbeeld twee elementen Scriptbare taak bevatten, één om een virtual machine te maken en een andere om een virtual machine te verwijderen. U kunt uw elementen bijvoorbeeld de namen VM maken en VM verwijderen geven. U kunt de naam van de elementen Einde van werkstroom en Exceptie activeren niet wijzigen.
  6. (Optioneel) Klik met de rechtermuisknop op een element in het schema en selecteer Verticaal schikken of Horizontaal schikken om de schemarichting rond het specifieke element te beheren.
  7. Sleep schema-elementen van de menu's Basis, Logboek of Netwerk naar het werkstroomschema.
    Opmerking: U kunt de namen van de elementen in de menu's Basis, Logboek of Netwerk bewerken. U kunt hun scripts niet bewerken.
  8. Herhaal deze procedure totdat u alle vereiste schema-elementen aan het werkstroomschema hebt toegevoegd.

Volgende stappen

Definieer de eigenschappen en, indien van toepassing, de scripts van de elementen die u aan het werkstroomschema hebt toegevoegd en koppel en bind ze allemaal samen.