De wizard Aangepaste melding in de Hub Services-console leidt u door de stappen voor het maken van een melding, het selecteren van de doelgroep en het maken van een reactie op basis waarvan actie kan worden ondernomen. Wanneer u in de wizard op Maken klikt, wordt de melding verzonden naar de doelgroep.

In de wizard zijn de meldingssjablonen Uitvoerbaar en Informatief beschikbaar. Zie Meldingstypen die kunnen worden verzonden vanuit Workspace ONE Hub Services voor een beschrijving van de sjablonen.

Richtlijnen voor het maken van gebruikersvriendelijke meldingen

Meldingskaarten bevatten een koptekst en bericht. De melding kan tevens knoppen bevatten die ervoor zorgen dat actie moet worden ondernomen voor het bericht. Houd rekening met de volgende aanbevelingen bij het opstellen van berichten.

  • Gebruik korte titels om de aandacht van de gebruikers te trekken. Zorg dat het beschrijvingsbericht duidelijk en beknopt is.
  • Er kunnen niet meer dan drie acties worden geboden op de meldingskaart. Met een of twee acties bereikt u de ideale gebruikerservaring.
  • Kies een kort tekstlabel voor uw actieknop om te voorkomen dat het wordt afgekapt.
  • Schakel het keuzerondje Herhaalbaar op de pagina Inhoud in als de gebruiker de actie kan herhalen. Wanneer het keuzerondje is uitgeschakeld, kunnen gebruikers de actie eenmaal uitvoeren.
  • De actieknoppen kunnen als primair of secundair worden weergegeven. De primaire actieknop wordt voorafgaand aan een secundaire actieknop weergegeven.

In de standaardweergave van een meldingsbericht wordt in de linkerbenedenhoek van de melding een logoafbeelding weergegeven. U kunt deze afbeelding wijzigen wanneer u een aangepaste melding maakt. U kunt een afbeelding uploaden of het URL-adres toevoegen van een afbeelding die u op de kaart wilt weergeven.

De doelgroep selecteren

U kunt aangepaste meldingen richten op specifieke doelgroepen of de melding verzenden naar alle medewerkers in uw organisatie. U kunt de volgende typen doelgroepen toewijzen.

Typen doelgroepen Beschrijving
Alle medewerkers Meldingen kunnen worden verzonden naar alle medewerkers die in de Workspace ONE Access-service als gebruiker zijn vermeld.
Alle toestellen Meldingen kunnen worden verzonden naar alle toestellen die in uw Workspace ONE UEM-omgeving zijn geconfigureerd, ongeacht de organisatiegroepen.
Organisatiegroep Organisatiegroepen (OG's) in de Workspace ONE UEM Console worden gemaakt om afzonderlijke organisaties in uw bedrijfsstructuur, geografische locatie, bedrijfsunit of afdeling te groeperen. U kunt in Workspace ONE UEM een specifieke organisatiegroep selecteren waarnaar u de melding wilt verzenden.
Slimme groepen Slimme groepen zijn aanpasbare groepen in Workspace ONE UEM die bepalen voor welke platforms, toestellen en gebruikers toegewezen applicaties, boeken, compliancebeleid, toestelprofielen of inrichtingen beschikbaar komen. U kunt in Workspace ONE UEM een slimme groep selecteren waarnaar u de melding wilt verzenden.
Platform U kunt een specifiek platformtype selecteren voor het verzenden van een melding. De mogelijke platforms zijn iOS, Android, macOS en Windows.
Gebruikersgroep Groepen in de Workspace ONE Access-service worden geïmporteerd uit uw Active Directory of worden als lokale groepen gemaakt in de Workspace ONE Access-console. U kunt in Workspace ONE Access een groep selecteren waarin u een melding wilt verzenden.

Acties die kunnen worden toegevoegd aan meldingsberichten

Er kunnen maximaal drie acties worden geboden op de meldingskaart. Wanneer u een actie maakt, wordt een knop weergegeven met de tekst die u heeft geconfigureerd. In een ideale gebruikerservaring zijn er een of twee acties. Meer dan drie acties kunnen afbreuk doen aan de gebruikerservaring, aangezien de knoppen in een horizontale lijn op de kaart worden geplaatst en de kaart dan mogelijk te smal is om de actieknoppen juist weer te geven.

Er kunnen drie actietypen worden geselecteerd.

  • Openen in. Wanneer u de actie Openen in selecteert, voert u vervolgens de URL in die wordt geopend wanneer op de knop wordt geklikt.
  • API. Wanneer u API selecteert, selecteert u vervolgens de methode die moet worden gebruikt voor de interactie met de gegevens die in de melding worden benaderd.
    API Taakbeschrijving
    GET Gebruik GET om gegevens op te halen uit een opgegeven bron. De gegevens worden niet gewijzigd. Voer de URL in van de bron die de gegevens levert.
    POST Gebruik POST om gegevens naar een opgegeven URL te verzenden om gegevens in te voegen in een bron. Voer de URL in waarnaar de gegevens worden verzonden.
    PUT Gebruik PUT om gegevens naar een opgegeven URL te verzenden om een bron bij te werken. Gebruik PUT wanneer de gebruiker de gegevens slechts eenmaal kan verzenden.
    PATCH Gebruik PATCH om gebruikers de mogelijkheid te bieden hun gegevens in de bron te wijzigen.
    DELETE Gebruik DELETE om de gebruiker de mogelijkheid te bieden om gegevens van de opgegeven URL te verwijderen.
  • API met parameters. Wanneer u API met parameters selecteert, kunt u niet alleen de methode en het API-eindpunt selecteren, maar daarnaast specifieke parameters en een waarde voor de parameters toevoegen.

    Voor meer informatie over parameters gaat u naar de pagina van de API voor Workspace ONE Service voor meldingen. De naslaggids voor de Service voor meldingen is beschikbaar op het tabblad Documentatie.

Bijlagen toevoegen

U kunt maximaal 10 bijlagen toevoegen aan de melding die u maakt. Individuele bestanden mogen niet groter zijn dan 1 MB.

Bijlagen voor meldingen kunnen met een webbrowser worden bekeken in de Hub-portal. Bijlagen kunnen niet worden bekeken op iOS- of Android-toestellen.

Leveringstijd van meldingen

Wanneer u de wizard gebruikt om een melding te maken, wordt de melding gemaakt en verzonden wanneer u op Maken klikt.

De tijd die de doelgroep nodig heeft om een melding te ontvangen is afhankelijk van verschillende factoren. Deze factoren zijn onder meer de responstijd van de Workspace UEM Mobile Device Management API en het totaal aantal gebruikers en toestellen waarvoor de melding is bedoeld. Gemiddeld kunt u verwachten dat 10.000 geadresseerden de melding binnen 45 minuten ontvangen.